vrijdag 10 december 2010

Een coffeeshop is geen drugspand, mevrouw van Bijsterveldt
Door Derrick Bergman. In verkorte en geredigeerde versie geplaatst in NRC Next van 9 december.

Tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer noemde minister van OCW Marja van Bijsterveldt het zogenaamde afstandscriterium voor coffeeshops een 'heel mooie maatregel (…) op basis waarvan wij de drugspanden, de coffeeshops, op meer dan 350 meter van scholen mogen plaatsen'. Kent de minister het verschil niet tussen een drugspand en een coffeeshop? En denkt zij werkelijk dat afstandscriteria en 'wietpasjes' de problemen op scholen op zullen lossen?

Het kabinet gaat gemeenten dwingen om een 'wietpas' in te voeren voor bezoekers van coffeeshops. Ook moet er 'een afstand van tenminste 350 meter tussen coffeeshops en scholen' komen. Deze week pleitten VVD en CDA voor verplichte kluisinspecties en speekseltesten op scholen. Dit naar aanleiding van een serie artikelen in De Telegraaf over 'drugsdrama's op het schoolplein'. Minister Van Bijsterveldt deelt uiteraard de zorgen van de Kamer over drugsgebruik op scholen. Tijdens het vragenuurtje van 30 november noemde zij het afstandscriterium voor coffeeshops een 'heel mooie maatregel' om dit probleem aan te pakken. Dit is echter klinkklare onzin.

Ten eerste: niemand onder de achttien komt anno 2010 een coffeeshop in. Onderzoeksbureau Intraval publiceerde onlangs cijfers over het aantal geregistreerde overtredingen van de AHOJ-G criteria door coffeeshops in 2009. Het J-criterium, geen toegang voor jeugdigen, werd vorig jaar welgeteld zes keer overtreden, in alle 666 coffeeshops samen. Natuurlijk kan een meerderjarige wiet verkopen of geven aan een minderjarige. Dat los je echter niet op door coffeeshops te verplaatsen of te sluiten. Dat los je ook niet op met een 'wietpas'. Invoering van zo'n pas leidt onvermijdelijk tot meer cannabisverkoop in het illegale circuit: op straat, door drugsrunners en in woonhuizen. Die woonhuizen, mevrouw van Bijsterveldt, dát zijn drugspanden. En daar is geen leeftijdscontrole.

Niet alleen buitenlanders zullen hun cannabis buiten de coffeeshops gaan kopen, ook Nederlanders die -terecht- weigeren om zichzelf en hun aankopen te laten registeren. Dat hoeven zij immers ook niet als ze alcohol of tabak kopen. Cannabisverkoop in het illegale circuit veroorzaakt niet alleen overlast. Wie zijn wiet bij een dealer koopt, krijgt vaak ook speed en coke aangeboden. Om deze vermenging tegen te gaan is het gedoogbeleid juist ontwikkeld. De overheid zou de coffeeshops niet als vijand moeten zien, maar als bondgenoot. Zij bieden volwassen consumenten een veilige en gecontroleerde omgeving om cannabis te kopen, zodat zij dealers links kunnen laten liggen en niet in aanraking komen met andere drugs.

Net als het afstandscriterium is een wietpas louter symboolpolitiek, die contraproductief zal werken. Dat blijkt ook uit onderzoek van de Universiteit Tilburg naar het Maastrichtse coffeeshopplan Limburg trekt z'n grens, dat in april verscheen. De onderzoekers concluderen dat 'een belangrijk deel van de maatregelen kan leiden tot illegale parallelmarkten en een toename van de overlast'. “Het gaat daarbij vooral om maatregelen die zich richten op legitimatie/registratie en maatregelen ter afname van het aanbod. (...) Dat betekent dat de ervaren overlast niet zal worden opgelost met de invoering van deze maatregelen. Sterker nog, er is een gerede kans dat de problematiek groter zal worden door invoering van deze maatregelen.”

De auteur is publicist en actief voor de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod