zondag 18 april 2010

Lego
Verhaal van D.C. Lama uit de verhalenbundel Hasjstickie Drugs (1999, ISBN 9073508231) Hasjstickie Drugs is al enkele jaren uitverkocht.

Via een advertentie in de krant kwam ik in contact met mevrouw Groskamp. Ze zocht iemand die drie maanden op haar huis wilde passen. Aangezien ik verder toch geen huis meer had om op te passen, wilde ik dat wel doen. Mevrouw Groskamp was getrouwd en ging door het leven als aanhangsel van haar uiterst succesvolle man en kokkin voor haar verwende kinderen. Omdat haar man voor zaken drie maanden in Zuid Amerika moest zijn, moest het hele gezin mee.

Nou was mevrouw Groskamp bang dat haar spulletjes in die periode zouden worden gestolen. ‘Dat is onmogelijk’, zo probeerde ik haar gerust te stellen. ‘In dit huis staan zoveel spullen, dat je daar echt wel meer tijd voor nodig hebt.’

Ik zwaaide de Mercedes van de familie uit en rookte een joint om een groot dilemma op te lossen: Wat ging ik als eerste doen? Ik kon natuurlijk een duik in het zwembad nemen, maar een uurtje in de sauna leek me ook wel lekker. Bovendien stond er een video met grootbeeld-t.v. en een enorme collectie speelfilms, die de bank ervoor ook wel uitnodigend maakte. Daarnaast was er nog keuze uit een ontdekkingsreis in een gevulde koelkast, wat jammen op alle vijfhonderd muziekinstrumenten waarmee gepoogd was de kinderen wat cultuur bij te brengen en een ritje met het paard over het golfterrein. ‘Doe maar wat je niet laten kan’, had mevrouw Groskamp gezegd, maar toch: je moet kiezen.

Ik slenterde wat door het huis en besloot daar zo spoedig mogelijk een plattegrond van te maken. Dat moest ik dan een keer doen wanneer ik niet geblowd had, want anders zou dat alle maanden duren. Ik vroeg mij af of die situatie überhaupt wel voor zou komen; mevrouw Groskamp had tenslotte voor voldoende eten en dergelijke gezorgd en een andere bestemming voor de duizend gulden "zakgeld" dan de coffeeshop had ik niet kunnen bedenken.

‘Dit moet de speelkamer van de kinderen zijn’, bedacht ik mij toen ik een enorme kamer vol speelgoed binnenstapte. Mijn tweede joint tijdens mijn werkbezoek was inmiddels opgerookt. Ik herinnerde mij dat ik in mijn jeugd een paar doosjes Lego had, wat Playmobil en een spel Mens-erger-je-niet. Wanneer je mij destijds in een dergelijke kamer zou hebben gezet, had ik mij in de speelgoedwinkel gewaand, waar mijn ouders mij eens per jaar iets lieten uitzoeken. Uit een doos haalde ik twee Lego-steentjes. Even dreigde ik mij te herinneren hoe fantastisch zo'n dag was, maar realiseerde me op tijd dat ik niet de sentimentele lul moest uithangen.

Ik wilde de twee steentjes net terugleggen, toen ik (bijna per ongeluk) de steentjes op elkaar zette. Ze pasten precies. Twee gele Lego-steentjes op elkaar. Snel zocht ik in de doos naar een derde gele steen. Ook die paste en voordat ik het wist, had ik een heel huis van gele Lego-steentjes gemaakt. Tevreden rokend bekeek ik het bouwkundige hoogstandje.

‘Als ik nou ook eens een huisje van blauwe steentjes bouw’, zo bedacht ik mij. Nog voordat ik mijn joint op had, had ik voldoende blauwe steentjes voor een tweede huisje op elkaar gezet. Tijdens mijn vierde joint bouwde ik een rood huisje, tijdens mijn vijfde een groen huisje en nadat ik alle kleuren had gebruikt, had ik een dorp in alle kleuren van de regenboog en was ik zo stoned als de pest.

Tussen de huisjes plaatste ik Lego-poppetjes, Lego-boompjes en Lego-bloemetjes. Geen Lego-autootjes, Lego-wapens en Lego-vliegtuigjes, want die waren in dit dorp verboden. Dit was een relaxed dorpje. De vele toppen wiet die ik had gekocht, legde ik als extra groenvoorziening tussen de huizen. Verder bestond het dorp uit een theater, een zwembad (ik had een glas water omgestoten), wat coffeeshops en een concertpodium, waar ‘s avonds Bootsy Collins zou optreden. Tussen dit alles plaatste ik allemaal Lego-poppetjes, zodat mijn relaxte dorpje zo'n honderd inwoners telde.

Ik was er een paar uur mee bezig geweest en het resultaat was prachtig. In een stoel bekeek ik het dorp, dat ik Utopia had genoemd. Een jointje was hier wel op zijn plaats. Ik boog voorover om wat van mijn wiet te pakken, toen ik plotseling ‘Blijf daar met je poten vanaf!’ hoorde. Geschrokken viel ik van mijn stoel, maar tot mijn verbazing zag ik niemand. ‘Als jij hier nou ook het paarse beleid gaat voeren, zijn we binnen de kortste keren ons hele groene gebied kwijt.’

Een van de Lego-poppetjes keek me kwaad aan. Uit alle hoeken van het dorp kwamen sympathisanten aangerend. Sommigen droegen spandoeken met ‘Red de natuur’ en ‘Meer milieu, minder Lama’ erop. ‘Je moet met je tengels van ons groen afblijven’, riep één van de demonstranten. Daar raakten ze een gevoelige snaar. Natuurlijk wil ik het milieu niet kapot maken, maar die natuur bestond wel uit mijn wiet.

Enkele Lego-poppetjes ketenden zich vast aan de toppen. De overige poppetjes gingen op mijn vloei staan en twee verstopten mijn aansteker. Waarschijnlijk hadden ze al vaker dit soort acties ondernomen, want ze pakten het uiterst professioneel aan.

Teleurgesteld verliet ik de kamer om een duik in het zwembad te nemen. Aangezien ik geen geld meer had om nog iets te blowen te kopen, zou ik deze drie maanden maar een beetje sportend doorbrengen. Ik bekeek nog een videofilm, maar kreeg zoveel zin in een jointje dat ik weer naar boven liep om over een klein grammetje te onderhandelen.

Ik verwachtte een erg agressief actiecomité, maar alle Lego-poppetjes lagen uitermate relaxed in hun Lego-hangmatjes. Van de wiet was geen spoor meer te bekennen.