zondag 18 april 2010

Goudvis
Verhaal van D.C. Lama uit de verhalenbundel Hasjstickie Drugs (1999, ISBN 9073508231) Hasjstickie Drugs is al enkele jaren uitverkocht.

Ik was er zelf schuldig aan dat ik mij in deze situatie begaf. Ik had het tenslotte vrijwillig gecreëerd. Ik had het zelfs geïnitieerd. Toch vond ik het allemaal bijzonder wreed overkomen. Maar ook dat was geen excuus, want dat was de hele opzet geweest. Het moest wreed zijn, een absurd iets. Iets waarvan niemand zou geloven dat het werkelijk had plaatsgevonden, als je het verhaal zou vertellen.

Het idee was een dag ervoor ontstaan. Samen met Frank en Edward zat ik aan de bar van een coffeeshop, waar we voor het eerst waren. In de lichte roes van een paar jointjes bekeken we de viskom die voor ons op de bar stond. In de kom zaten twee goudvissen, die door de ronding van de kom onze gezichten als enorm groot moesten ervaren. ‘Die vissen moeten hier wel een relaxed leven hebben,' zei Edward: ‘De hele dag zien ze alleen maar gasten, die lekker jointjes zitten te roken. De hele dag andere mensen die naar ze kijken, dat is toch wel een toffer leven dan een vis in een tienerkamer.'

Frank stemde met zijn woorden in. Ik legde hem uit dat dat flauwekul was. ‘Een goudvis heeft een geheugen van hooguit drie seconden. Als een goudvis van de ene naar de andere kant van zijn kom zwemt, is hij al vergeten wat er aan de andere kant te zien is. Als er een tweede vis in het water zwemt, herkent hij de eerste niet als ze een paar seconden uit elkaars buurt zijn. Een goudvis weet niet hoe lang hij al leeft: twee jaar, een week, een dag of slechts een minuut. Het hele geheugen van het beest is als een zeef met één groot gat.'

Edward begon verschrikkelijk hard te lachen. ‘Drie seconden!' Onmiddellijk begon hij aan te halen hoe het leven van die vissen in de kom moest zijn. ‘De hele dag voelt die vis zich als een wereldreiziger, omdat hij weer op een plek is waar hij nog nooit is geweest. De ene helft van de dag kennis maken met die andere vis en de rest van de dag het idee hebben dat er geen andere vissen bestaan.'

‘Eigenlijk zijn het maar een stelletje kutbeesten'. Frank zat al een tijdje na te denken over het leven van goudvissen en was tot de conclusie gekomen dat het maar niets was. ‘Let op' zei hij en liet zijn hoofd zakken tot onder de bar. Na een paar tellen kwam zijn hoofd weer omhoog. ‘Dat kutbeest denkt nu: Hé, daar is een nieuw iemand gaan zitten. Vissen zijn eigenlijk alleen maar goed om op te vreten.' ‘Ja, laten we morgen alle drie een goudvis opvreten', zei ik voor de grap.

We hadden nog een tijdje geouwehoerd over mijn grap en dat hele verhaal afgesloten met de afspraak dat Edward de volgende dag voor wat wiet en Frank voor de goudvissen zou zorgen. We zouden dan drie gram oproken rond een tafel met de drie vissen in het midden. Om de spanning op te voeren zouden we eerst alle wiet oproken en bij de laatste joint de ouverture van Rienzi van Wagner opzetten. Direct na het nummer zouden we alle drie een goudvis pakken en deze in één keer naar binnen slikken. Ik was ervan overtuigd dat het bij een grap zou blijven, maar ‘s middags belde Frank bij me aan met drie goudvissen in een plastic zakje. Hij had ook Edward gebeld en die kwam even later met een flinke zak wiet.

Het leek me toch wel vreemd. Edward had de hele kamer verduisterd, de lichten uitgedaan en rond de tafel kaarsen in lege wijnflessen gezet. Frank draaide in het kaarslicht de laatste joint met meer dan een gram erin. Het was niet meer mogelijk te besluiten de vis niet door te slikken. Sinds we aan de tafel zaten hadden we de hele tijd naar de vissen gekeken en over ze gesproken. Over het feit dat ze in onze magen zouden rondzwemmen en nog zouden leven. Om de beurt zei iemand ‘Wel echt doen, hè', waarop de anderen plechtig knikten.

Ik stond op en liep naar mijn cd's. Ik zette mijn stereo aan, waarvan de lichtjes uit het niets de kamer in schenen. Ik deed er één van de cd's van Wagner in en zette het goede nummer op. De ouverture van Rienzi duurt bijna twaalf minuten en in die tijd zouden we de joint oproken en ons voorbereiden op de daad. Tijdens de laatste accoorden moesten we al een vis vangen, om die na de laatste toon in de mond te plaatsen en door te slikken. Frank stak de laatste joint aan toen de dreigende tonen van de blazers begonnen. Ik was al vreselijk stoned, maar uiterst geconcentreerd dankzij de opgebouwde spanning, die ontstond door de verduisterde ruimte met kaarsen, de indringende muziek en uiteraard de daad.

Edward doofde de joint tijdens de laatste minuut van het stuk en drie handen graaiden in de kom. De vissen waren makkelijk te pakken. Snel daarna gingen onze handen uit de kom en staken we alle drie een goudvis in de mond. Ik slikte en voelde de vis door mijn strot in mijn maag komen. Het leek alsof de vis mijn hele lichaam door zwom en zelfs in mijn armen kwam.

Ik wist dat dat niet kon en dat de vis nu levend in mijn maag was. Edward zat verward om zich heen te kijken en riep kreten om alles te kunnen bevatten. Frank zat met grote ogen voor zich uit te kijken en ging vervolgens met zijn hoofd naar de kom om te kijken of de vissen wel echt waren verdwenen. Om te kijken of het wel echt had plaats gevonden.

Ik deed mijn trui en shirt omhoog en keek naar het blote lichaam van mijn buik. In die buik zwom nu een vis rond en zou daar de resten van mijn eten tegenkomen. Te midden van een omelet, een kaaspizza, enkele glazen wijn en koppen koffie, zwom een vis in mijn buik. Een leven in een leven. Ik zag de vis zwemmen in een film over de maag, die ik eens in een biologieles had gezien. Ik vroeg me af hoe lang het beest zou blijven leven. Het zou binnen enkele minuten sterven en krom hangen op het bovenste gedeelte van de vloeistof in mijn maag, zoals vissen liggen als ze dood zijn. Langzaam zou het een witte schimmel ontwikkelen. Niet het idee van een levende goudvis in mijn buik, maar straks een dode, maakte mij in één klap misselijk.

Ik voelde braakneigingen en een paar tellen later kotste ik over de vloer. Temidden van brokken gekauwd voedsel en het vocht, dat met een kletterend geluid de grond had geraakt, lag de goudvis. De mond van het beest ging open en dicht. Het leefde nog. Edward begon keihard te lachen, terwijl Franks ogen alleen maar groter werden en zijn mond openviel. Edward pakte de vis en gooide hem terug in het water. Ik dacht dat ik nog een keer moest kotsen, maar kon dat inhouden. Mijn hoofd boog ik naar de kom en zag dat de vis niets mankeerde. Hij was het sowieso al vergeten.