vrijdag 4 december 2009

Nieuwe aanpak wietteelt brengt ons van de regen in de drup
Door Derrick Bergman

De teelt van wiet valt binnenkort onder zware criminaliteit, meldde het NOS-journaal deze week. Aangespoord door de politiek verklaart justitie nu 'de oorlog' aan de wietteelt. Een dergelijke, op Amerikaanse leest geschoeide, aanpak brengt ons van de regen in de drup.

Op de kop af 38 jaar nadat de Amerikaanse president Nixon een 'war on drugs' afkondigde, doet Nederland hetzelfde voor cannabis. Voortaan zal wietteelt even hard worden aangepakt als handel in hard drugs. In Amerika zijn de resultaten van deze aanpak bekend: daar zitten ruim 700.000 mensen in de gevangenis voor cannabis. Toch is het gebruik van cannabis en andere drugs niet gedaald en is de drugsgerelateerde criminaliteit alleen maar toegenomen. Reden voor president Obama om de war on drugs een 'utter failure' te noemen, een totale mislukking. Maar in Nederland zal het heel anders gaan, menen justitie en politie. Ons land telt naar schatting 30 tot 40.000 hennepkwekerijen, meldde het NOS-journaal, 'het landelijk parket en de nationale recherche trekken dan ook een aantal jaren uit om de georganiseerde misdaad die daarachter zit aan te pakken'.

Sinds de Amerikaanse drooglegging (1920-1933) is bekend dat de georganiseerde misdaad haar bestaan dankt aan het verbieden van het populaire roesmiddel alcohol. Het mechanisme is simpel: de vraag naar alcohol is constant, dus leidt 'hard aanpakken' van leveranciers en producenten slechts tot betere organisatie van de verboden handel, hogere prijzen, grotere criminele winsten, meer corruptie en meer geweld . Zonder drooglegging geen Al Capone. En zonder cannabisverbod geen Klaas Bruinsma. Er bestaan natuurlijk verschillen tussen alcohol en cannabis. In de eerste plaats de gezondheidsrisico's: niet voor niets zette het RIVM in haar 'ranking van drugs' alcohol op de derde plaats en cannabis op de elfde. Nog een verschil: cannabis is veel makkelijker zelf te produceren dan alcohol. Hennep is een onkruid, dat overal makkelijk groeit. Meer dan aarde en water heb je niet nodig, en een hoge druk natriumlamp als je binnen wil kweken.

De belangrijkste overeenkomst tussen alcohol en cannabis is dat miljoenen mensen deze roesmiddelen met plezier consumeren zonder noemenswaardige schade voor zichzelf of hun omgeving. Een minderheid van de alcoholconsumenten komt door misbruik in de problemen, net als een -veel kleinere- minderheid van de cannabisgebruikers. Vanuit deze rationele benadering heeft Nederland in 1976 de Opiumwet herzien, waardoor gebruik en bezit van cannabis niet langer een misdrijf was, maar een overtreding. Omdat je geen cannabis kunt gebruiken zonder het te verwerven, werd binnen strenge kaders kleinhandel in coffeeshops toegestaan. Dit beleid, gericht op decriminalisering en normalisering, heeft haar vruchten afgeworpen. Anders dan in andere landen kun je in Nederland fatsoenlijke cannabis kopen in een veilige omgeving, zonder met andere drugs te worden geconfronteerd, zonder te worden opgelicht en zonder het risico op arrestatie of nog erger.

De problemen die zich voordoen rond groothandel en teelt van cannabis zijn ontstaan door een cruciale weeffout in het beleid: de zogenaamde achterdeur. Het is coffeeshophouders verboden om cannabis in te kopen en om meer dan 500 gram voorraad te hebben, ongeacht de grootte van hun klantenbestand. Herhaalde smeekbedes van zo ongeveer alle burgemeesters én van een Kamermeerderheid (2005) ten spijt, heeft justitie experimenten met gereguleerde aanvoer van coffeeshops altijd tegengehouden. De regering liet die aanvoer liever over aan al dan niet georganiseerde criminelen. Daarbij kregen de zogenaamde 'grote jongens' voorrang: aanvankelijk werden vooral de kleine thuistelers aangepakt en dakloos gemaakt. Zo werd het fijnmazige, vrijwel geweldloze systeem van kleine kwekers die de shops bevoorraden, om zeep geholpen. Opnieuw deden de 'wetten van de drooglegging' zich gelden: de prijzen gingen omhoog, de kwaliteit daalde, de organisatiegraad steeg en geweld en corruptie namen toe.

In de discussie over cannabis en coffeeshops lijkt volksgezondheid geen rol meer te spelen. 'Harm reduction' is ingeruild voor 'zero tolerance'. Na gedogen is ook tolerantie een vies woord geworden. Het geloof in repressie is grenzeloos; weinig regeringen voerden zoveel verboden in als de kabinetten Balkenende. De coffeeshop moet blijven bestaan, verordonneert de regering in haar recente Hoofdlijnenbrief drugsbeleid. Dat de aangekondigde 'oorlog tegen wiet' het werk van coffeeshophouders nog onmogelijker zal maken dan het nu al is, doet niet terzake. De bakker mag blijven, het graan wordt uitgeroeid. Als wietteelt inderdaad onder zware criminaliteit gaat vallen, zullen steeds meer mensen in de gevangenis belanden voor cannabis, net als in de VS. Deze 'hercriminalisering' zal slechts contraproductieve gevolgen hebben. De VS kunnen erover meepraten; daar functioneren inmiddels ruim duizend 'dispensaries', waar volwassenen met een pasje cannabis aan kunnen schaffen. Ook teelt en aanvoer naar deze 'apotheken' is gereguleerd. Niemand heeft het over de internationale verdragen waarmee Nederlandse politici altijd schermen als het over regulering van cannabis gaat. In Europees verband is er ook best ruimte voor verdere regulering. Al in mei 2005 verklaarde EU-commissaris van justitie Frattini expliciet dat Nederland cannabis mag legaliseren, zolang we de export maar tegengaan.

De richting die justitie en politie zijn ingeslagen op het gebied van cannabis brengt ons van de regen in de drup. Dat is ook de stellige overtuiging van Dries van Agt, voormalig ministerpresident en eerste lijsttrekker van het CDA. Bij de aanvaarding van de Cannabis Cultuurprijs 2009, voor zijn sleutelrol bij de herziening van de Opiumwet van 1976, zei Van Agt: 'De wet moet zeker niet veranderd worden in de zin die vandaag de dag in de mode geraakt, dat wil zeggen verscherping en criminalisering. Het tegendeel van wat zou moeten gebeuren en dat is voortgezette decriminalisering en legalisering. We gaan in dit land, ik stel het met ontzetting vast, de verkeerde richting op.' Toch zal deze golf van repressie ooit terugrollen, meent Van Agt. 'Het getij is tegen ons. Maar tenslotte, wis en zeker, zal tolerantie het winnen van repressie. We shall overcome!'
de auteur is publicist en actief voor de VOC, de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod