woensdag 30 december 2009

De media en het drugsdebat: verpletterende stilte
In januari debatteert de Tweede Kamer over het drugsbeleid. Er is genoeg stof voor discussie, al is daar in de media weinig van te merken. De berichtgeving over drugs beperkt zich tot misdaadjournalistiek, voor fundamentele vragen of een weerwoord is nauwelijks ruimte.
Door Derrick Bergman

Op 15 december bood de Vereniging voor Cannabis Consumenten een petitie met ruim 35.000 handtekeningen aan bij de vaste Kamercommissie VWS, voor het behoud van de sociale functie van de coffeeshop. Een burgerinitiatief pur sang, waaraan maanden vrijwilligerswerk in heel Nederland vooraf ging. In de landelijke media werd er geen woord aan gewijd. Hetzelfde geldt voor het Cannabis Tribunaal dat een jaar geleden plaatsvond in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. Twee dagen lang discussieerden wetenschappers, activisten, ondernemers en politici over de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid. Voormalig Kamervoorzitter Frans Weisglas leidde het felle slotdebat tussen CDA-Kamerlid Cisca Joldersma en Hans van Duijn, ex-voorzitter van de Nederlandse Politiebond en fel tegenstander van de war on drugs. In oktober 2009 kregen alle Kamerleden en de belangrijkste landelijke media een dubbel-dvd opgestuurd met een verslag van het Cannabis Tribunaal. Opnieuw volgde een verpletterende stilte.

Als kranten en televisierubrieken over cannabis berichten, dan gaat het over de 'cannachopper' en krijgt de politie volop ruimte om dit nieuwe wapen in de 'oorlog tegen de illegale wietteelt' te demonstreren. Kritische vragen blijven uit, aanvechtbare aannames worden als feiten gepresenteerd. Een treffend voorbeeld was de berichtgeving van het NOS-Journaal (21 september 2009) over het aantal jongeren dat met 'cannabisverslaving' wordt opgenomen. Over 2008 bleek het om 370 jongeren in Nederland te gaan. Zou deze kleine groep nu in de problemen zijn geraakt door hun cannabisgebruik, of is dat gebruik een gevolg van al bestaande problemen? Het NOS-journaal wist het antwoord: 'steeds meer jongeren raken door het blowen aan lager wal'. Gealarmeerd stelde SP-Kamerlid Langkamp tien vragen over het item aan VWS-minister Klink, die op 23 december antwoordde. Op de vraag hoe het komt 'dat er steeds meer jongeren moeten worden opgenomen vanwege een cannabisverslaving', antwoordde de minister: ‘Het aantal klinische behandelplaatsen voor jongeren is en wordt uitgebreid. Dit vormt mijns inziens de belangrijkste verklaring voor de toename van het aantal jongeren in jeugdklinieken.’

Deze opmerkelijk openhartige uitspraak hebben we niet terug gezien in het journaal. Evenmin zien of lezen we dat de ministers van justitie en VWS kritisch ondervraagd worden over hun repressieve drugsbeleid en het afscheid van de pragmatische harm reduction benadering, ondanks bewezen succes. Dat deze benadering wereldwijd steeds meer navolging krijgt is voor de gemiddelde krantenlezer een goed bewaard geheim. Weet die krantenlezer dat Portugal al in 2001 gebruikshoeveelheden soft én hard drugs heeft gelegaliseerd? En dat er in dertien Amerikaanse staten dispensaries functioneren, waar je met een pasje cannabis kunt kopen? Hun totale aantal wordt boven de duizend geschat, ruim meer dan de krap 700 coffeeshops in ons land. Op 1 januari 2010 streven de Tsjechen ons voorbij qua decriminalisering: bezit van vijftien gram wiet, vijf gram hasj, veertig paddo's (!), 1,5 gram heroïne en een gram coke is niet langer strafbaar. Niemand heeft het over VN-verdragen of EU-regels, waarmee dergelijk beleid in strijd zou zijn. Wereldwijd groeit de overtuiging dat de war on drugs een 'utter failure' is, in de woorden van Barack Obama. Drugs aan criminelen overlaten is een perverse strategie: hoe meer repressie, hoe hoger hun winsten. En er wordt geen gram minder door verkocht of gebruikt. Wel blijven politie en justitie aan het werk, en hulpverleners.

Milton Friedman vatte het jaren geleden al kernachtig samen: 'Most of the harm that comes from drugs is because they are illegal.' Toch worden de fundamenten van het verbod op cannabis en andere roesmiddelen zelden ter discussie gesteld. Niet door politici en niet in de media. Terecht constateren het Trimbos Instituut en het WODC in hun 'Evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid' (2009): 'De discussie over de voor- en nadelen van de legalisering van softdrugs is nooit openlijk en structureel gevoerd.' De Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod probeert die discussie op gang te brengen. Politici blijken daar meer voor open te staan dan de media: dit najaar voerde een VOC-delegatie overleg met drugswoordvoerders van vijf grote partijen. In die gesprekken betoogde de VOC dat een repressieve aanpak geen problemen oplost, maar die slechts vergroot. Alleen verdere decriminalisering biedt een structurele oplossing voor de situatie waarin we dankzij het cannabisverbod zijn beland. Dáárover zou de discussie moeten gaan, niet over cannachoppers of 'cannabisverslaafde' jongeren. Cannabis hoort niet in de strafwet thuis, evenmin als alcohol of tabak. Daarom moet het cannabisverbod worden opgeheven.


Geachte heer Bergman,

Dank voor toezending van uw artikel. We zullen het niet plaatsen. Over onderwerpen als drugsbeleid plaatsen we liever pas artikelen als ze in de actualiteit staan.

Het spijt me.

Met vriendelijke groet,
Rob Biersma
redacteur opinie NRC Handelsblad


Geachte heer Biersma,

Hartelijk bedankt voor uw snelle reactie. De antwoorden van minister Klink over jongeren met 'cannabisverslaving' die in mijn artikel aan bod komen dateren van 23 december 2009, de genoemde wetswijziging in Tsjechië gaat in op 1 januari 2010 en het drugsdebat in de Tweede Kamer staat gepland voor 12 januari 2010. Hoeveel actueler zou u het willen hebben? In het afgelopen jaar heb ik meerdere opinieartikelen over het drugsbeleid aangeboden, steeds naar aanleiding van de actualiteit. Twee keer is mij gevraagd een artikel in te korten tot 250 woorden voor publicatie als ingezonden brief; in beide gevallen is daarna besloten ook de brief-versie niet te publiceren. Uw reactie is wat mij betreft een perfecte illustratie van wat ik in mijn artikel betoog.

Met vriendelijke groet,

Derrick Bergman