vrijdag 2 oktober 2009

Freaks als wij
Column van D.C. Lama voor EssensiE 148. Reactie op de column 'Freaks als ik' van Arno Adelaars in EssensiE 147.

Het gebruik van cannabis, of welk middel met geestbeïnvloedende werking dan ook, is geen gunst die je van anderen hebt gekregen; het is een onvervreemdbaar recht, even ondeelbaar als het recht op je eigen gedachten, geloof, ontplooiing enzovoorts. Ik gebruik cannabis niet omdat 'de schade aan de volksgezondheid wel meevalt' of omdat 'een liberale houding tot minder gebruik leidt dan repressie'; ik gebruik cannabis omdat het mijn creativiteit stimuleert, mijn empathie vergroot, mijn band met Jah/God/Allah/Het Grote Alles versterkt, het mij laat voelen hoe het met mijn lichaam gaat en cannabis mij simpelweg een lekker gevoel geeft. En ik ben bepaald niet de enige. Mien uit Assen (zoals Joop van den Ende dat altijd zei) mot er wellicht niets van hebben, maar in mijn omgeving heeft men er over het algemeen positieve ervaringen mee. Men heeft alleen zo=n moeite dat goed uit te leggen, en is geneigd -zelfs als die ervaringen hen liefde of fundamentele inzichten hebben opgeleverd- die te bagatelliseren tot 'gekke dingen die drugs met je doen'. Geen wonder dat Mien uit Assen er niets van mot hebben.

Vorige maand schreef mijn, uiteraard zeer gewaardeerde, collega-columnist Arno Adelaars een column met de titel 'Freaks als ik', waarin hij schreef dat 'de legaliseringsbeweging uit de alternatieve hoek moet worden getrokken'. Naast zijn ongefundeerde beschuldiging aan het adres van Legalize! (waar 'adverteerders wens wet bleek te zijn') en een wat vreemde hoop op een zinnige bijdrage van de tot het fascisme geneigd zijnde Geert Wilders, roept hij op tot 'Minder freaks als ik' (zijnde Arno Adelaars) in het drugsdebat. Natuurlijk ben ik net als hij blij met de zeer constructieve bijdragen van mensen als Egbert Tellegen en Freek Polak, maar hebben we daarom ook 'minder freaks als Arno Adelaars' nodig? Ik weet niet of u Arno wel eens hebt ontmoet, maar dat is een uiterst aimabel persoon. Hij staat weliswaar altijd stoer op de foto boven zijn column (zelf laat ik daarvoor ook iedere maand mijn baard staan en zet ik mijn zonnebril op), maar aan mijn ontmoetingen met hem heb ik de indruk overgehouden dat het hier een goede gast betreft, die zelf zeer goed in staat is te beslissen wat ie wel of niet consumeert. En als Mien uit Assen ongeveer dezelfde gesprekken met hem zou hebben gevoerd, was ze het vast met me eens geweest. Freak zijn is uiterst relatief. Persoonlijk vind ik bijvoorbeeld Egbert Tellegen (Wie blijft er nou zo lang op de universiteit rondhangen dat ie hoogleraar wordt en schrijft dan nog een uiterst goed gedocumenteerd boek op een compleet ander gebied?) en Freek Polak (psychiater, says enough I would say) ook behoorlijk freaky.

De war on drugs is een ideologische oorlog, vergelijkbaar met de inquisitie, waarbij de (veelal religieus geïnspireerde) macht –bewust of onbewust- alles wat van de norm afwijkt graag geëlimineerd ziet, in de hoop daarmee de eigen conservatieve levensstijl te beschermen. De overlevingstechniek van de progressieve drugsgebruiker kan daarbij inderdaad die van de schuilkerken zijn, maar winnen zul je op die manier nooit. Het argumentatieniveau van mensen als Cisca Joldersma, Piet-Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin (‘Het mag gewoon niet!’) verraadt dat men er helemaal niet op uit is 'de drugsproblematiek' op te lossen, maar de levensstijl aan te pakken van iedereen die als freak bestempeld kan worden. Dat maakt het ook zo gevaarlijk, omdat de definitie van wat een freak is dan ook steeds meer naar het midden zal verschuiven. En dan zouden al die freaks hun identiteit moeten verbergen omdat mensen zonder geldige argumenten daar wel eens aanstoot aan zouden kunnen nemen?

Het was nooit iets met de homostrijd geworden wanneer iedereen maar in de kast was blijven zitten en de zaak door een handvol, door de tegenstanders geaccepteerde woordvoerders was beklonken. Dan werd homoseksualiteit hooguit getolereerd met geregistreerde pasjes, gedoogzones en waarschijnlijk uiterst onredelijke maatregelen om 'Het Gevaar van Aids' tegen te gaan, maar waren homo's nooit geëmancipeerd. De Dolle Mina=s schokten met hun acties wellicht de godganse provincie; zonder hen was er nooit een tweede of zelfs derde feministische golf geweest. En Martin Luther King wekte wellicht ook irritatie op door met velen voor de deur van 'blanke winkels' te gaan staan; men zag wel dat ze er waren en hun rechten opeisten. Als dat 'beschaafd en in stilte in de achterkamertjes' geregeld had moeten worden, werden degenen die voor hun recht opkwamen waarschijnlijk nog steeds als afval behandeld: als junkies.

Twee maanden geleden schreef Arno een eerbetoon aan Simon Vinkenoog, waarin hij Simon prees de sleutel van het geluk in zijn eigen hart te hebben gevonden. Ik prijs de grote V om dezelfde reden en weet dat vele Mientjes dat ook doen. En net als Arno denk ik dat dat de reden was dat 'een krant als de Telegraaf hem omarmde'. Omdat ik er een rotsvast vertrouwen in heb dat mensen elkaar wèl het licht in de ogen gunnen, zolang ze kunnen zien hoe mooi dat schijnt en hen dat niet hoeft te verblinden. De legaliseringsbeweging heeft daarom ook niet 'minder freaks als wij' nodig, maar méér.