zaterdag 12 september 2009

Open brief van Stichting Drugsbeleid
De Stichting Drugsbeleid (opgericht 1996) stelt zich ten doel bij te dragen aan de totstandkoming van een drugsbeleid met minder gezondheidsrisico’s en minder criminaliteit. Het bestuur bestaat uit onafhankelijke deskundigen en politici. In de Raad van Advies hebben oud-bewindslieden en prominente personen uit medische en juridische kring zitting.
website: www.drugsbeleid.nl
e-mailadres: info@drugsbeleid.nl

7 september 2009

Aan: de leden van de Tweede Kamer, en de ministers van VWS, Justitie en Binnenlandse Zaken.

Onderwerp: drugsbeleid

- repressie is: champagne voor de maffia,
- maar vergif voor de volksgezondheid!
- het slot moet van de achterdeur.
- ook in de VS daagt het licht.
- regulering maakt drugs saai: hoera!

Dames en heren,

De Stichting Drugsbeleid is verheugd dat nu drie stukken voorliggen voor een fundamentele bezinning op het drugsbeleid. Onderstaand geven wij onze visie.

Rapporten.
Het RIVM-rapport “Ranking van drugs” en de evaluatie van WODC / Trimbos verschaffen nuttige informatie, en het rapport van de Commissie-van de Donk bevat enkele goede voorstellen.
De rangschikking van drugs naar gezondheidsschade ontdoet drugs van hun mythologische dreiging door ze te vergelijken met alcohol en tabak: die blijken even schadelijk als de heroïne en cocaïne, en schadelijker dan cannabis, xtc en ghb.
De evaluatie laat zien of in het verleden voorgenomen maatregelen inderdaad zijn uitgevoerd. Manco is echter dat niet wordt verteld of die maatregelen het drugsprobleem daadwerkelijk hebben verminderd.
De Commissie-van de Donk is positief over de waarde van coffeeshops, trekt het afstandscriterium tot scholen in twijfel, en pleit voor onderzoek naar gereguleerde teelt voor besloten coffeeshops.
Het rapport van de Commissie vertoont echter een fundamentele lacune.
Te vrezen valt dat het regeringsstandpunt daaraan eveneens mank zal gaan.

Legalisering.
In de salon van het drugsdebat stommelt namelijk een grote olifant rond. Zijn naam: legalisering. Politici vermijden angstvallig in zijn richting te kijken. Het rapport-van de Donk noemt het l-woord alleen bij coffeeshops, en doet de optie zonder argumentatie af met “dat dit alleen kan gebeuren in een sfeer van internationale consensus”. De tijd is echter rijp voor serieuze overweging, om drie redenen die in het rapport-van de Donk niet of slechts versluierd aan de orde komen:
- a. de “collateral damage” van het drugsverbod
- b. het unieke succes van de coffeeshops, en
- c. het aantreden van president Obama

a. Collateral damage.
Het drugsverbod brengt wereldwijd maar ook in ons land verbijsterende ‘collateral damage” oftewel schadelijke neveneffecten met zich mee. Daarbij gaat het om criminaliteit, extra gezondheidsrisico’s en kosten.

Criminaliteit. Rond de helft van de totale criminaliteit in ons land is direct of indirect het gevolg van het drugsverbod. Hele bedrijfstakken als de onroerend-goed handel en horeca zijn aangetast, beroepsgroepen als politie, douane, gevangenispersoneel, notarissen, advocaten en accountants staan onder druk, en er zijn aanwijzingen dat ons land zeer in trek is voor het witwassen van drugsgeld. Internationaal zijn hele landen in de greep van drugsbendes, en is drugsgeld de motor van burgeroorlog en terreur.
Het rapport-van de Donk stelt over de drugscriminaliteit dat deze ‘beheersbaar’ is. Hoezo? “De harde aanpak van wiettelers door politie en justitie raakt de georganiseerde misdaad achter de wietteelt nauwelijks” zo blijkt uit recent onderzoek van de recherche Brabant (NRC dd 1-8-09). En er is ”een sterke verwevenheid met andere drugsmarkten zoals die van de ecstasy en van cocaïne” schrijft de Commissie.
Zij pleit vervolgens voor een”versterking en verbreding van de strijd tegen de georganiseerde drugsmisdaad”.
Waar ter wereld heeft die strijd dan wel tot succes geleid?
In zijn brief dd 17 maart jl aan de Tweede Kamer schrijft minister Klink over het “Report on Global Illicit Drug Markets 1998-2007” dat is uitgebracht op verzoek van de Europese Commissie: “Een belangrijke conclusie van het Commissierapport is dat er geen bewijs gevonden is waaruit kan worden afgeleid dat het werelddrugsprobleem in de afgelopen tien jaar gereduceerd is”. Hetzelfde geldt voor ons land.
Aan Einstein wordt het gezegde toegeschreven: “gekte is: telkens hetzelfde herhalen en elke keer een andere uitkomst verwachten”. De commissie vervalt hier dan ook in gekte. Blijven geloven in repressie is –gevaarlijke- gekte.

Extra gezondheidsrisico’s: Het drugsverbod levert, paradoxalerwijze, juist de jeugd en andere kwetsbare groepen die het wil beschermen over aan de criminaliteit. Het enige aantoonbare effect van nog meer repressie is het vergroten van de gevaren voor de volksgezondheid. Het oprollen van kleine wiettelers en xtc-producenten heeft geleid tot meer giftige pesticiden in wiet, dubieuzere xtc, het vervangen van xtc door ghb, en meer milieuschade bij de produktie. Wie wordt hier gelukkig van?

Kosten: Prof. Rigter (Erasmus-universiteit) berekende de kosten van rechtshandhaving van het drugsverbod door de overheid over 2003 op € 1,6 miljard (tijdschrift Addiction, 2006). Daarbovenop komen de kosten voor burgers en bedrijven. Het WODC berekende de totale kosten van de criminaliteit in ons land over 2006 op € 31,5 miljard (Haarlems Dagblad dd 10-11-07). Als de helft daarvan op conto komt van de misdaad die het drugsverbod veroorzaakt (een bescheiden schatting) kost het drugsverbod aan elke Nederlander € 924 per jaar. En wat krijgen we ervoor terug?

b. Coffeeshops: uniek succes!
In het licht van de kolossale schade die het drugsverbod veroorzaakt is het 30-jarige experiment van de coffeeshop een lichtend voorbeeld voor de hele wereld. Het heeft immers bewezen dat de angst voor regulering van drugs niet terecht is!
Resultaat van de unieke gereguleerde verkoop van cannabis: een gebruik rond het Europees gemiddelde, geen bewaarheid van de stepping-stone theorie, geen strafbladen en andere straffen voor honderdduizenden gebruikers, en geen criminaliteit bij de verkoop vanuit de coffeeshop. Dit is een resultaat dat het verdient om met verve te worden uitgedragen!
Ons land heeft tot dusverre in internationaal verband de coffeeshops slechts verdedigd door op de goede gevolgen voor de volksgezondheid te wijzen. Het heeft echter verzuimd het unieke succes ervan: het bewijs dat regulering mogelijk is zonder dat gebruik en verslaving uit de hand lopen, ten principale en officieel aan de orde te stellen.

De resultaten van ons soft- maar ook van ons harddrugsbeleid geven alle aanleiding om verder te gaan op het pad van regulering voor alle drugs.
Onder regulering verstaan wij het toestaan van productie, verkoop en gebruik onder regels, die gericht zijn op een zo gering en veilig mogelijk gebruik en zo min mogelijk schade voor de samenleving.
De koninklijke weg is via wettelijke regeling, maar in de praktijk kan het evengoed via algemeen geldende gedoogregels.
Regulering betekent dat er een legale markt voor drugs ontstaat. Dat is zonder twijfel de énige manier om de drugscriminaliteit uit te bannen. Allen die pleiten voor het voortzetten en zelfs verscherpen van de repressie, zoals voor nóg meer inzet van politie en justitie, voor nóg hogere straffen en het sluiten van alle coffeeshops (sic!), dienen te beseffen dat zij zich daarmee tot bondgenoot van de drugsmaffia maken. De verzamelde drugshandel wordt schatrijk door het verbod, laat bij elke verscherping ervan de champagnekurken knallen, en is maar voor éen ding benauwd: regulering!

c. Obama; VN-verdragen.
Als Nederland stappen zet richting het reguleren van cannabisteelt, en de produktie en verkoop van de andere drugs, zal de reactie van de VS fundamenteel anders zijn dan in het verleden. Obama heeft verklaard dat hij het drugsbeleid zal stoelen op zakelijke, niet ideologische basis. Medische verstrekking van cannabis wordt in de VS niet meer federaal bestreden, en overal ontstaan cannnabisclubs. Mede door de andere wind in de VS gaan in Latijns Amerika steeds meer landen over tot decriminalisatie van gebruikers. Het internationale politieke getij oogt zeldzaam gunstig.
Reguleringsmaatregelen mogen ook niet worden afgewezen met beroep op de drugsverdragen die dat onmogelijk zouden maken. In de hoorzitting die de Tweede Kamer op 9-2-2006 hield over regulering van de ‘achterdeur’ voerden wij daartoe de nodige argumenten aan; onze toen uitgesproken visie gaat als bijlage hierbij (1). Met andere sprekers waren en zijn wij van mening dat de conventies deze mogelijkheid wel degelijk toestaan, mits het betrokken land een staatsbureau instelt dat die markt reguleert. Daarnaast biedt het opportuniteitsprincipe voldoende ruimte.

------------------------

De SDB stelt de volgende maatregelen voor:

1. Internationaal: inzet voor modernisering van de VN-organisaties voor het internationale drugsbeleid: CND, INCB en UNODC. Het recente overleg in Wenen heeft aangetoond dat dit hard nodig is. Ze zijn niet in staat gebleken tot objectieve evaluatie en aansluiting bij het beleid van andere VN-organen zoals WHO, UNAIDS en de Hoge Commissaris voor Mensenrechten.

2. Bij de EU en vervolgens bij het VN-drugsbureau en in de CND het fundamentele debat over nut en noodzaak van de prohibitie aan de orde stellen.

3. Coffeeshops: toevoeging aan de AHOJG-criteria van een criterium “T”: coffeeshops mogen slechts hennep leveren die afkomstig is van een erkende teler; de teler-met-vergunning mag slechts leveren aan coffeeshops. Zie voor gedetailleerde uitwerking onze brochure “Coffeeshop uit de schaduw”.
Het model dat de Commissie-van de Donk voorstelt: gereguleerde teelt en grotere voorraad alleen bij besloten cannabisclubs, is zinvol maar te beperkt. In steden als Amsterdam bestaat grotere behoefte deze regulering ook mogelijk te maken voor het bestaande model van de open coffeeshop. De Commissie wijst dat af omdat handhaving te lastig zou zijn. Waarom? Wij stellen voor, aan de gemeentelijke driehoeken de vrijheid te geven om zelf hun model(len) te kiezen; die zijn mans genoeg!

4. Instelling van een nationaal Drugsbureau, zoals het VN-moederverdrag inzake drugs: het Enkelvoudig Verdrag voorschrijft. Het Drugsbureau controleert de telers. In aanleg bestaat dit al voor het toezicht op de medicinale teelt. Aan een nationale drugstsaar, zoals de Commissie-van de Donk bepleit, zien wij geen behoefte.

5. Verruiming of schrapping van het 500-gram voorraadcriterium. Want wat is de ratio ervan? Zeker na invoering van punt-3 is het zinloos (2).

6. Afschaffing van het afstandscriterium tot scholen; dat heeft geen zakelijke grondslag en schept onnodige problemen. De Commissie-van de Donk pleit hier ook terecht voor.

7. Jeugd: het wijd verspreide gebruik onder jeugdigen bewijst dat het verbod niet effectief is. Regulering van de cannabisteelt bevrijdt de coffeeshops uit de sfeer van criminaliteit. Als mede daardoor een adequaat netwerk van coffeeshops over het land ontstaat zal de zwarte markt voor cannabis grotendeels verdwijnen. Er blijft dan alleen een kleine restmarkt voor jeugdigen over. Deze is weinig interessant voor criminele benden, die dan bovendien makkelijker te bestrijden zijn. Pas dán ontstaat effectieve bescherming voor de jeugd! Ook wordt pas bij regulering voorlichting geloofwaardig. Dat alles geldt evenzeer voor de overige drugs.

8. Overige drugs.
Recreatieve gebruikers: het overgrote deel van de consumenten ondervindt noch veroorzaakt problemen door het gebruik van XTC, cocaïne, GHB en amfetamine. Productie en verkoop van deze drugs veroorzaken echter enorme criminaliteit. Bovendien lopen de gebruikers onnodige gezondheidsrisico’s. Er dienen daarom proefprojecten te worden opgezet met gereguleerde productie en verkoop aan groepen recreatieve gebruikers (3).

9. Probleemgebruikers: de huidige heroïneverstrekking is aan zulke beperkende voorwaarden gebonden dat deze slechts voor een deel van de populatie bereikbaar is. Nu het experiment geslaagd blijkt is er geen reden meer daarvoor en kan–zolang er nog geen legale markt is- de verstrekking verruimd worden. Daarnaast dienen er mogelijkheden te komen voor de verstrekking van cocaïne en amfetamine aan probleemgebruikers. Pas als zij net zoals alcoholisten hun middelen op een goede manier kunnen verkrijgen, maar dan tóch doorgaan met criminele gedragingen, kan men met de Commissie-van de Donk stellen dat gedwongen opsluiting via ISD en BOPZ gerechtvaardigd is. Nú zijn die ‘maatregelen’ die in feite tot levenslange opsluiting kunnen leiden, evident in strijd met elementaire mensenrechten!

10. Paddo’s- het verbod ontbeert zakelijke grondslag, vergroot de clandestiene markt en dient te worden vervangen door regulering; daarbij zijn de voorstellen van burgemeester Cohen van Amsterdam voor een 3-daagse “reflectieperiode” het overwegen waard.

Ter afsluiting nog dit.
Een Engelse commentator prees het Nederlandse drugsbeleid met de woorden: ‘Nederland is er in geslaagd drugs saai te maken’. Hij heeft in zoverre gelijk dat een goed begin is gemaakt.
Laat de nieuwe Drugsnota aangeven hoe het karwei zal worden voltooid. Regulering doet het drugsprobleem ineen schrompelen tot wat het in wezen is: een bescheiden onderdeel in het ruime veld van de volksgezondheid. Vrij saai!


Hoogachtend,

mr R. Dufour, voorzitter van de Stichting Drugsbeleid

bijlagen:
1. Visie inzake regulering en de drugsverdragen dd 5-2-2006
3. Notitie coffeeshops dd 20-4-09
4. Notitie proefprojecten recreatief harddrugsgebruik dd 20-4-09.