vrijdag 26 juni 2009

Stop de Hollandse hennepoorlog
door Derrick Bergman

Het regeerakkoord van dit kabinet is glashelder: geen experimenten met de achterdeur van de coffeeshop in deze kabinetsperiode. Maar het Openbaar Ministerie trekt zich weinig van deze afspraak aan en gaat in de Hollandse hennepoorlog steeds een stapje verder. Met de vervolging van een coffeeshop in Almere probeert het OM de achterdeur nu de facto illegaal te verklaren.

Terwijl burgemeesters en ambtenaren in Eindhoven congresseerden over de vraag 'Wat doen we met onze coffeeshops?', viel op 18 juni een politiemacht van 65 man binnen bij coffeeshop Koffie en Dromen in Almere, het kantoor en de woonhuizen van de bedrijfsleiding. De coffeeshop, beter bekend als 'de blowboot', ligt pal naast een politiebureau. Nadat de gemeente Almere had besloten dat er een coffeeshop moest komen, riep zij in 1997 gegadigden voor een gedoogvergunning op zich te melden. De vergunning ging naar de huidige eigenaar, die destijds een coffeeshop in Den Haag runde. Vanaf dag één is intensief samengewerkt tussen gemeente en coffeeshop, die aan een hele rij eisen moest en moet voldoen op het gebied van voorlichting, registratie van verkochte hoeveelheden en overlastbeperking. Als dank voor de goede samenwerking wordt nu alle winst vanaf 2001 gevorderd. Want, zegt het Openbaar Ministerie, de inkoop van cannabis is illegaal en de daarmee verkregen winst dus ook. Alles wijst erop dat 'Koffie en Dromen' voor het OM een pilot project is; als de rechter deze vordering toestaat is de gedoogde achterdeur van de coffeeshop de facto afgeschaft. De inkoop van coffeeshops is immers altijd verboden geweest; een coffeeshop mag maximaal 500 gram cannabis op voorraad hebben, maar er bestaat geen richtlijn over waar die voorraad vandaan komt.

De redenering dat de winst van een coffeeshop illegaal is, omdat de inkoop illegaal is, vormt een nieuw element in het soft drugsbeleid. In die zin druist de vervolging van Koffie en Dromen rechtstreeks in tegen het regeerakkoord. Die vervolging is geen incident, maar een volgende stap in de Hollandse hennepoorlog die een jaar of tien geleden is ingezet. Sindsdien is het aantal coffeeshops gehalveerd, werd de strafmaat voor hennepteelt meermaals verhoogd en ontstond een klopjacht op thuiskwekers, die nu zelfs met onbemande helikopters worden opgespoord. Deze draconische aanpak heeft louter averechtse effecten gesorteerd: door het uitschakelen van de kleinschalige thuiskweker is de rode loper uitgelegd voor criminele organisaties. De intensieve bestrijding heeft de prijzen van cannabis tot ongekende hoogten opgestuwd, waardoor de teelt nog aantrekkelijker werd voor criminelen. De prijs van een gram wiet in de coffeeshop is nu vrijwel gelijk aan die van een gram speed in het illegale circuit. Coffeeshophouders worden gedwongen hun voorraad te betrekken bij zware jongens. Een branche waarin tien jaar geleden nauwelijks geweld voorkwam wordt nu geteisterd door ripdeals, intimidatie en agressie. En nu de kleine thuiskweker is uitgeschakeld wordt de coffeeshops verweten dat zij zaken doen met grote kwekers.

Door de halvering van het aantal coffeeshops is het een stuk drukker geworden in de overgebleven shops. En dat levert die shops het verwijt op dat ze 'te groot' zijn geworden. Volgens het ministerie van justitie is 'harm reduction' nog steeds 'een belangrijk uitgangspunt' van het Nederlandse drugsbeleid. Maar juist op dat punt heeft de Hollandse hennepoorlog geen enkel positief effect opgeleverd. Het cannabisgebruik is vrijwel onveranderd en de teelt van cannabis is eerder in omvang toe- dan afgenomen. Door het sluiten van coffeeshops zijn steeds meer cannabisgebruikers aangewezen op het illegale circuit van thuis- en straatdealers. Hier gelden geen leeftijdsbeperkingen, bestaat geen scheiding der markten voor soft en hard drugs, wordt geen belasting betaald en niets gecontroleerd. Je zult als cannabisgebruiker maar in Roosendaal of Bergen op Zoom wonen, waar de markt op 1 september volledig aan dit illegale circuit wordt overgedragen. Eén simpele waarheid lijkt maar niet door te dringen tot de generaals van de hennepoorlog: als je iets verbiedt, houdt het nog niet op te bestaan. Dat blijkt wel uit de Europese cijfers over cannabisgebruik: dat ligt in de meeste EU-landen hoger dan in Nederland, ook al hebben zij niet één coffeeshop.

Als de Hollandse hennepoorlog nog even doorgaat, zijn we weer terug bij de toestand van begin jaren zeventig, toen heroïnegebruik sterk in opkomst was. Het idee om cannabisgebruikers af te schermen van de markt voor hard drugs kwam niet uit de lucht vallen en heeft zijn waarde bewezen: het aantal probleemgebruikers van hard drugs is in ons land -even afgezien van alcohol- aanmerkelijk lager dan in landen met een repressief drugsbeleid. Voorbeeld bij uitstek is Amerika, waar het debat over belasten en reguleren ('tax and regulate') van cannabis tot op het hoogste niveau wordt gevoerd sinds de inauguratie van Barack Obama. Wereldwijd groeit de consensus dat verbieden geen oplossing is, maar de schade door drugsgebruik en handel juist vergroot en dat de 'war on drugs' in het voordeel werkt van de criminelen die men zegt te bestrijden. Dat wist Nederland al in de jaren zeventig, maar die kennis lijkt nu vergeten. Als Balkenende volgende maand te gast is in het Witte Huis, moet hij zijn gastheer maar eens vragen naar zijn gedachten over de 'war on drugs', die Obama eerder 'an utter failure' noemde. Voor de Hollandse hennepoorlog geldt precies hetzelfde. De beste manier om problemen rond cannabisgebruik en handel te bestrijden is deugdelijke en doordachte regulering, zoals bij alcohol en tabak. Het besparen van de enorme hoeveelheden belastinggeld en politiecapaciteit die nu gemoeid zijn met de bestrijding van cannabis én de honderden miljoenen accijns die legale cannabis op zal leveren vormen een belangrijk bijkomend voordeel van zo'n regulering. Stop dus de heilloze hennepoorlog en hef het cannabisverbod op.

(de auteur is publicist en actief voor de VOC, Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod)