zondag 7 juni 2009

De dikke duim van Frank Bovenkerk
Ingezonden artikel voor de Volkskrant, door Derrick Bergman

En weer lukte het criminoloog Frank Bovenkerk alle media te halen, deze keer met de claim dat ruim de helft van de 'Marokkaans-Nederlandse jongemannen in Rotterdam' met de politie in aanraking is geweest op verdenking van een delict. 'Marokkaan scoort hoog in misdaad Rotterdam' luidde de opening van de Volkskrant over deze 'absoluut schrikbarende cijfers'. Bovenkerk wil graag 'meten en benoemen', meldde hij in een paginagroot interview in de Volkskrant van 6 juni. Helaas doet hij alleen het laatste. En niet voor het eerst.

In het interview wordt kort aandacht besteed aan de enorme uitglijder die Bovenkerk maakte tijdens de parlementaire enquêtecommissie van Traa in 1995. Destijds claimde hij dat 'enkele tientallen procenten van de volwassen Turkse mannen in Amsterdam in enigerlei functie bij de georganiseerde misdaad betrokken zijn'. Dat vond Bovenkerk 'een spectaculair hoog percentage'. Maar er was helemaal geen percentage, bleek tijdens zijn tweede verhoor. In het verslag van de commissie van Traa lezen we op pagina 40: “In dit verhoor maakte Bovenkerk echter duidelijk dat er geen bestand bestond of dat er andere cijfers waren die de conclusie konden onderbouwen dat enkele tientallen procenten van de volwassen Turkse mannen bij de georganiseerde criminaliteit betrokken zijn. (...) Het bleek niet mogelijk tot een verantwoord percentage van het aandeel van de Turkse bevolking in de georganiseerde criminaliteit te komen.” Hoezo meten en benoemen? Dit was eerder speculeren en stigmatiseren. Zes jaar later ging het op exact dezelfde manier mis, toen Bovenkerk in zijn boek 'Misdaadprofielen' een hoofdstuk wijdde aan de hennepteelt in Nederland. Citaat: 'deze bedrijvigheid is voor een belangrijk deel georganiseerd door bekende misdadigers en daaronder zijn de zogenaamde kampers prominent vertegenwoordigd.' En: 'ofschoon veel telers begonnen zijn hun woonruimte vrijwillig te verhuren, is er nu ook sprake van dwang en intimidatie.'

Vooral deze laatste opmerking was koren op de molen van politici die af wilden van het Nederlandse drugsbeleid, waarin niet repressie maar harm reduction centraal staat. Met de 'wetenschappelijke' conclusies van Bovenkerk in de hand, slaagden die politici er in een ware oorlog tegen wiet te ontketenen. Maar hoe wetenschappelijk waren die conclusies eigenlijk? Daarover heeft Bovenkerk zelf een paar interessante uitspraken gedaan in het maandblad EssensiE van december 2001. Op de vraag welke bewijzen hij heeft voor dreiging en intimidatie bij de hennepteelt antwoordde hij: “Ik bespreek twintig van die politie-acties in het boek en ik heb het die politiemensen steeds gevraagd. Niet eens suggererend, ik liet ze gewoon zelf vertellen. Ze komen altijd zelf en op hun eigen manier met intimidatie-praktijken. Tastbaar bewijs vormden een paar woningen die zijn afgebrand. En er komen mensen op het bureau die eigenlijk van het kweken af willen. Maar dat lukt niet meer. Want ze worden gedwongen.(...) Ze proberen sociaal zwakke figuren met overredingskracht zo ver te krijgen dat ze ruimte afstaan. Als ze dat niet willen wordt er -denk ik- gedreigd, na verloop van tijd. Daar zijn een aantal voorbeelden van. De Telegraaf had een hele pagina over zo'n intimidatie.” Maar welk deel van de hennepteelt verloopt er volgens Bovenkerk dan op deze manier? “Geen idee. Weet ik echt niet.” Kortom: Bovenkerk heeft met een paar politieagenten gesproken en iets in de Telegraaf gelezen. Dat noemt hij 'meten en benoemen'. Bovenkerk: “Het dreigende zit hem in die intimidatie. Daarvan heb ik een paar voorbeelden, nog niet meer. Dat is waar. Je kunt je afvragen of dat sterk genoeg is. Ik beredeneer op theoretische gronden dat dit soort arbeidsrelaties onvermijdelijk met dreiging gepaard gaat. Daarom voorspel ik dat dat toe zal nemen. Hoeveel van die arbeidsrelaties nu berusten op intimidatie weet ik niet.” De verharding van het Nederlandse soft drugsbeleid, tot aan de inzet van onbemande 'canna-choppers' toe, is dus gebaseerd op claims die op geen enkele wijze cijfermatig zijn onderbouwd.

En nu hebben we dan de 'absoluut schrikbarende cijfers' over Marokkaans-Nederlandse jongemannen in Rotterdam, waarvan 54,7 procent met de politie in aanraking is geweest. Let wel: het gaat niet om veroordelingen. Maar, zegt Bovenkerk in het interview met de Volkskrant: 'Je wordt echt niet aangehouden met een kapot achterlichtje.' Wie niet, zoals de hoogleraar, in een blanke enclave in Amsterdam-Zuid woont, weet dat je daarvoor wel degelijk wordt aangehouden. Of voor fietsen in de stad, 'samenscholing' of zelfs 'door rood licht lopen'. Vooral als je er uitziet als een Marokkaan. En de nuance dat die 54,7 procent geen betrekking heeft op veroordelingen maar verdenkingen gaat in Nederland anno 2009 onmiddellijk verloren. Zie de kop in de Volkskrant van 4 juni: 'Marokkaan scoort hoog in misdaad Rotterdam'. Hoe zou het toch komen dat een criminoloog die in het verleden meermaals heeft bewezen ondeugdelijke methodes te hanteren zoveel aandacht krijgt in de media? En dat journalisten zijn gespeculeer steeds weer klakkeloos overnemen? En dat politici zelfs beleid baseren op Bovenkerks dikke duim? Terwijl hij nota bene zelf zegt: 'Ik verzet me er tegen dat deze gegevens worden gebruikt als ingang voor beleid en de strafrechtspleging.' Misschien moet Bovenkerk dat eens proberen uit te leggen aan de mensen die vanwege een paar wietplantjes hun huis kwijt zijn geraakt, op de zwarte lijst van woningbouwverenigingen zijn gezet en financieel en maatschappelijk zijn geruïneerd. Of aan al die Turkse Nederlanders die hij heeft gestigmatiseerd met zijn verhoren bij de commissie van Traa. Of aan al die Marokkaanse Nederlanders die dankzij het 'meten en benoemen' van de hoogleraar als crimineel worden bestempeld. Of aan al die woonwagenbewoners, 'kampers' in Bovenkerks beledigende jargon, die niets met hennepteelt te maken hebben. Voor al deze mensen is er één lichtpuntje: gelukkig is hoogleraar Frank Onderbuik nu met pensioen.