vrijdag 27 maart 2009

Wil de helft van de Amsterdammers echt van de coffeeshops af?
CDA-voorzitter Peter van Heeswijk zegt in de Volkskrant van 21 maart dat de helft van alle Amsterdammers van de coffeeshops af wil. Maar is dat wel echt zo?
Door Derrick Bergman

Van Heeswijk's uitspraken vervulden mij met verbazing, maar het stond er toch echt: “Uit een onderzoek blijkt dat de helft van de Amsterdammers schoon genoeg heeft van het romantische beeld van coffeeshops. Als een relikwie van de flowerpowerperiode. De helft van de Amsterdammers is het hartstikke beu.” Na twee mailtjes wilde de CDA-voorzitter zijn bron wel noemen: een enquête onder 405 Amsterdammers, in november 2007 uitgevoerd door de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente, in opdracht van de CDA-fractie. Het onderzoek bestond uit vijf vragen. Vraag drie luidde: Moet het gedoogbeleid omtrent softdrugs worden afgeschaft? Hierop antwoordde 28 procent van de ondervraagden met ja en 66 procent met nee. De vraag of het drugsbeleid van de gemeente Amsterdam strenger moet worden, werd door 39 procent bevestigend beantwoord.

Hoe kan van Heeswijk op basis van dit onderzoek nu claimen dat de helft van de Amsterdammers de coffeeshops 'hartstikke beu' is? Door een specifieke vraag uit het onderzoek te veralgemeniseren: Vindt u dat coffeeshops in een straal van 250 meter rond scholen gesloten moeten worden? Op die vraag antwoordde 65 procent bevestigend. Zo komt van Heeswijk tot zijn conclusie, waar hij dan zelf de interpretatie bij verzint over 'het romantische beeld van de coffeeshops als een relikwie van de flowerpowerperiode'. Wie, zoals van Heeswijk, terug wil naar de tijd van huis- en straatdealers, wie honderdduizenden Nederlanders wil criminaliseren en de realiteit wil ontkennen, is een relikwie van ver vòòr de flowerpowerperiode. 'Criminelen zijn trots op het CDA' concludeerde Hans van Duijn, voormalig voorzitter van de Nederlandse Politiebond, tijdens het Cannabis Tribunaal in Den Haag. “Want door het CDA en de andere partijen die het gedoogbeleid willen beëindigen zijn criminelen in staat crimineel te zijn, in de zwarte wereld hun werk te doen, enorme winsten te maken, de prijzen zelf te bepalen en dood en verderf te zaaien.”

Peter van Heeswijk mag best pleiten tegen coffeeshops en het gedoogbeleid, maar hij moet niet liegen over het aantal Amsterdammers dat het met hem eens is. Amsterdammers weten heel goed dat coffeeshops veel meer voor- dan nadelen hebben voor de stad. Ze begrijpen ook dat een verbod op coffeeshops een explosie van overlast zal veroorzaken. Dat blijkt wel uit het antwoord op de eerste vraag van het onderzoek: bent u voor of tegen het verbod op de verkoop van paddo's? Slechts 31 procent van de Amsterdammers blijkt voorstander van dit verbod. Maar die uitkomst heeft van Heeswijk wijselijk verzwegen.

Derrick Bergman is journalist en fotograaf en redacteur van maandblad EssensiE.