zondag 29 maart 2009

Ko-emissies
De onderzoekscommissie Irak, beter bekend als de commissie-Davids, zal minder dan volledige toegang krijgen tot de informatie die zij zich kan wensen. (...) [I]n het ‘Protocol betreffende het kennisnemen van informatie’ staan enkele beperkingen en open einden in geval van meningsverschillen over wat wel en niet aan informatie beschikbaar is. (...)
De minister(s) beloven het onder hen ‘ressorterende personeel’ om ‘alle wettelijk mogelijke medewerking te geven’ aan de commissie-Davids. Dus: 1) de wet stelt grenzen en 2) voormalige medewerkers en personen die betrokken waren bij de aanloop naar Irak vallen buiten de toezegging. (...)
Informatie die afkomstig is van buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waarbij een ‘third party-voorbehoud is gemaakt of die onderworpen is aan een bindende Navo- of internationale afspraak kan alleen met toestemming van de buitenlandse dienst/partner worden verstrekt aan de cie-Davids. (...)
Het protocol bevat een algemene escape: hoewel de commissie in beginsel toegang heeft tot staatsgeheime informatie zegt lid 7 van het protocol dat ‘de minister’ kan menen dat dat achterwege moet blijven. (...) Anders dan in het kamerdebat is toegezegd heeft de regering wel degelijk voorinzage in het concept-verslag van de cie-Davids. (...) Ten slotte kan over de toepassing van het protocol zelf natuurlijk ook verschil van mening bestaan. Wat gebeurt er dan? Dan ‘vindt overleg plaats tussen de minister en de voorzitter van de commissie’, maar wiens stem hier de doorslag geeft vermeldt het protocol niet.
Column van Ko Colijn in Vrij Nederland, deze week.