zaterdag 28 februari 2009

Weggepest uit de buurt (deel 6-slot)
Feuilleton voor maandblad EssensiE, door D.C. Lama. Voor eerdere delen, zie hier.

Uit de kelder van mijn flat in Overtoomse Veld (Amsterdam-Slotervaart) was op een dag de fiets van mijn vriendin gestolen. De huismeester van de flat, die was aangesteld om een oogje in het zeil te houden bij de veelal bejaarde bewoners, kon het dit keer (zie deel 4) niet gedaan hebben. Die was namelijk door de nieuwe eigenaar van het pand (Zorginstelling Cxrdxxn) vervangen door een groep vrouwelijke jongerenwerkers. Deze twintigers hadden tot taak een nieuwe bewonersgroep in de flat te begeleiden: een in aantal snel groeiende club van “jongeren met een probleemachtergrond”. De steeds verdergaande privatisering heeft er namelijk voor gezorgd dat de zorg een lucratieve business geworden, vooral voor de instellingen die met zo min mogelijk inspanning (dat zijn maar kosten) zo veel mogelijk zorg behoevende mensen weten onder te brengen.

Iedere zorggroep heeft een prijskaartje: die voor ouderen is lager dan die voor probleemjongeren, want probleemjongeren zijn politiek hip en ouderen worden sowieso al overal in het land voor een minimumprijs verwaarloosd. In mijn flat (waar ik toevallig tussen de hulpbehoevenden kon wonen - zie deel 4) hadden de bestuurders van Cxrdxxn (inkomen: circa 2 ton euro per jaar) daarom een mix van groepen neergezet met een zo hoog mogelijk rendement: bejaarden die het voortaan zonder een huismeester moesten doen, psychiatrische patiënten (op de tweede verdieping, zie deel 3) die nachtenlang konden flippen zonder dat dat zelfs maar onderkend werd, en nu dus ook probleemjongeren, die daar op last van de Staat en onder het toeziend oog van Cxrdxxn ook zonder problemen mishandeld konden worden (zie deel 5).

De jongeren mochten in onze flat zelfstandig leren wonen. Dat leerproces kon ik van dichtbij meemaken: niet spugen op de gang, je muziek (al is het maar af en toe) op een normaal volume afspelen, ‘s nachts niet voor iemands slaapkamer luidruchtig staan ouwehoeren, je flat niet onder kladden nog vernielen... het waren allemaal lessen waar ze nog niet aan toe waren gekomen. Dat maakte het voor Cxrdxxn ook makkelijker toezicht te houden op de bejaarden: die durfden hun huis sindsdien nog amper uit. De ‘probleemachtergrond van de jongeren’ wilde overigens nog niet zeggen dat ze crimineel waren, zo werd ons door Cxrdxxn op het hart gedrukt. Het was volgens de dames van het goede werk dan ook schandalig dat ik diezelfde jongeren ervan verdacht dat ze de fiets uit de kelder hadden gestolen. Tot mijn vriendin haar fiets gewoon voor de deur zag staan met een nieuw slot erom, en één van die jongeren de fiets tot de zijne rekende. Toen was alles ineens niet meer zo schandalig: dat was gewoon vervelend, niet meer dan dat.

Het was rond deze tijd dat de titel van dit feuilleton zo’n beetje tot me kwam: ik had het gevoel weggepest te worden uit de buurt. In principe natuurlijk alleen uit mijn flat, maar aangezien de rest van de buurt gesloopt dan wel grondig gerenoveerd werd, betekende dat ook dat ik Overtoomse Veld moest verlaten. Niet door de ‘Marokkanen’, zoals de media maar bleven blèren over de buurt, maar door een zorginstelling. Maar ik had nog geluk: in tegenstelling tot de bejaarden in mijn flat was verhuizen voor een dertiger als ik tenminste nog een optie.

En toen was het september (naar Joost Belinfante) en kwam ik ‘s avonds thuis na een dagje klussen buiten de deur. In de overloop hing de geur van uitpuilende vuilnisbakken; in de lift was weer iets nieuws op de muren gekalkt en een nieuwe poster van de zorginstelling sierde het prikbord met de woorden ‘Service en kwaliteit!’ Ik opende mijn voordeur en zag achter mijn raam een soort levensgroot vuurvliegje bewegen. Ik rende direct door naar mijn balkon: daar stonden immers mijn drie buitenplantjes vol befaamde Lamawiet from the balcony in bloei. De vuurvlieg bleek een zaklantaarn te zijn, in de handen van een jongen die via het balkon van mijn buurmeisje naar mijn drie dames was geklommen. Hij probeerde te ontkomen door de levensgevaarlijke klim op zeker zeven meter hoogte weer terug te maken, maar ik greep hem nog net op tijd in zijn kraag. Vaak heb ik mij afgevraagd wat ik in een dergelijke situatie precies zou doen, maar ik reageerde gelukkig een stuk humaner dan wat ik eerder allemaal had bedacht. Het was een gastje van nog geen 15, 16 jaar; ik hoorde mijzelf een stomme preek houden over mijn en dijn, en dat ie gewoon had kunnen aanbellen als ie wat te blowen had willen hebben. Zo pacifistisch als ik graag wil zijn...

En was dat dan eindelijk voldoende reden om naar een nieuw huis op zoek te gaan? Nee, want die had ik al een paar weken eerder gevonden.