dinsdag 30 december 2008

Weggepest uit de buurt (deel 4)
Column voor de EssensiE door D.C. Lama.
Deel 1, deel 2 en deel 3 zijn via de verschillende linkjes na te lezen.

Mijn flat kende een huismeester, die aan het begin van de gang bij de lift kantoor hield. Ik associeerde hem met oude in New York opgenomen speelfilms, waar de man (maar dan in een rood kostuum met een hoge hoed) de bewoners van het pand altijd vriendelijk groette en eventueel kon bijstaan met kleine klusjes. Dat klopte ook wel, hoewel zijn hand- en spandiensten niet echt voor mij bedoeld waren. Mijn flat (Met uitzondering van de tweede etage die onder een andere stichting viel, maar daarover vorige maand al meer) was namelijk voor bejaarden bestemd, die in deze zogenaamde ‘beschermd wonen-omgeving’ door de huismeester werden ondersteund en daar gezellig met elkaar konden betten. Achter de glazen schuifdeur van de entree stonden bankjes; achterin het huismeesterkantoortje was een zitje en samen met de met glas gedichte overgangen was er voldoende ruimte voor ontmoeting. Zo hoefden de oudjes voor contact met anderen de straat niet op, iets wat ze in mijn buurt (Overtoomse Veld, Amsterdam-Slotervaart) steeds minder graag deden. Bij ieder willekeurig incident met Marokkaanse Nederlanders stroomden de televisiecamera’s namelijk massaal onze wijk in, of het incident zich daar nou wel of niet had afgespeeld. En dat zagen die bejaarden natuurlijk ook: de plek waar de journalisten bijna dagelijks kwamen, was volgens diezelfde mensen een no go area.

Het nieuws zorgde er voor dat steeds minder bejaarden in onze buurt een huis wilden, en met het hoge sterfpercentage in een bejaardenflat, kwamen er steeds meer lege woningen, die na visitatie door de huismeester door ‘jongeren’ als ik werden betrokken. Met gegroet in de gangen en af en toe een vriendelijk woordje, werd mijn privacy door de oudere Amsterdammers gewoon gerespecteerd. Het was er in die eerste jaren allemaal zeer relaxed. Toen de sacramentsplantjes op mijn balkon voor het eerst werden opgemerkt, klopte de huismeester aan om te vragen of het voor eigen gebruik was. ‘Dan kan ik de bejaarden vertellen dat er hier geen gevaarlijke crimineel in huis zit, want dat is het verhaal in de wandelgangen.’ Hoewel wat lui, was de huismeester een goede vent. Na enkele jaren overleed hij aan kanker.

Even dacht ik er nog aan om op zijn functie te solliciteren. Ik had de man hele dagen de krant zien lezen of patience op de computer zien spelen; het zou alle tijd bieden om nou eindelijk eens die roman af te schrijven, terwijl ik dicht bij huis voor mijn aanwezigheid betaald kreeg. Bovendien zou ik het enige nijpende probleem in de flat (overvolle vuilniscontainers) op voortvarende wijze weten op te lossen: ik zou gewoon meer containers bestellen! Maar de man die de functie uiteindelijk part-time vervulde (‘Kan ik nu ook de servicekosten part-time betalen?’ vroeg ik nog naïef), zag niets in deze eenvoudige oplossing. Hij had sowieso een andere kijk op schoonmaken, maar de visie daarop werd mij niet duidelijk: er verscheen gewoon steeds meer troep in het gebouw. Een op de grond liggende marswikkel die ik in de gaten hield, werd pas na drie maanden verwijderd. ‘Ik werk hier part-time,’ zo luidde steevast zijn verdediging. Maar steeds vaker bleef zijn kantoortje gesloten en klopten de ouderen met hun noden bij mij aan.

Erg snugger was de man ook niet. Toen ik op een dag mijn fiets uit de kelderbox wilde halen, was de deur geforceerd en alles -tot aan lege verhuisdozen aan toe- verdwenen. Het was vrijdagavond voor een weekend met een extra paaszondag: op dinsdag zei hij niet te weten dat die box van mij was. ‘De nummers van de boxen correspondeerden niet met mijn lijst. Dus heb ik je spullen maar in mijn kantoor gezet.’ Ik legde hem uit dat ik die box van zijn instelling had gekregen, dat hij er met één simpel briefje aan de deur binnen één dag achter was gekomen en dat ik door zijn idiotie drie hele fucking dagen zonder fiets had gezeten. ‘Ja,’ was zijn nietszeggende antwoord, met een langgerekte A aan het einde. Enkele maanden later verhinderde mijn vriendin hem weer exact hetzelfde te doen, toen ze hem met gereedschap en al klaar zag staan om de deur wéér in te rammen. Hij was het vergeten...

Maar op een dag beloofde alles anders te worden. In glanzende A3-posters straalden vrolijke mensen ons tegemoet en werd een fusie met andere instelling aangekondigd. Om ons nog beter en efficiënter van dienst te kunnen zijn. Omdat zorg en wonen belangrijk waren. Omdat de toekomst.... ach, u kent die posters wel.

Wordt vervolgd