dinsdag 30 december 2008

Vulpen
De laatste plaats voor D.C. Lama, Lama's tweemaandelijkse korte verhaal voor Zone 5300

De nieuwe tijd is geweldig, maar mijn verhalen schrijf ik nog gewoon met een pen in een dummy. Schaven en herschrijven gebeurt natuurlijk wel gewoon op de computer (ik ben geen monnik), maar als de Muze mij inzichten influistert die de mensheid voorheen onthouden zijn -soms zo groots en snel dat het onthulde het uitdijende heelal lijkt in te halen in zelfs meer dan het aantal tot op dat moment bekende dimensies- voldoet alleen mijn vulpen met blanco papier. Het blanco papier is nodig om aan het rechte regelsdictaat van de knipperende cursor te kunnen ontsnappen; de vulpen om er op de juiste snelheid overheen te vliegen. Mevrouw de Muze spreekt doorgaans razendsnel en heeft geen tijd om te wachten op mijn aardse beslommeringen als juiste zinsconstructies en overdrachtelijk formuleren; met ruim 6 miljard te inspireren stervelingen op de planeet moet ik dat maar in mijn eigen tijd doen.

Er is altijd slechts één pen dat zich De Vulpen van Koning Lama Iste mag noemen, op dit moment een donderblauwe HEMA-pen met zwarte inktpatronen. Een dure Parker of Waterman heb ik nooit willen hebben, want dat leek me te Mullisch. Toch behandel ik het 3 euro-exemplaar overeenkomstig. Wellicht is het gewoon een smoes om mijn vriendin te kunnen verbieden de pen te laten gebruiken, maar ik koester het verhaal dat een vulpen naar je hand gaat staan. Met een ander schrijfgerei neem ik simpelweg geen genoegen, en dat is vaak lastig: de VvKL I heeft geen vaste plek in huis en onderscheidt zich in dat opzicht ook niet van al mijn andere rondzwervende troep.

Dat levert vervelende situaties op, want als de Muze me aantikt, zit ze er niet op te wachten dat ik eerst mijn bureau afspeur, mijn broekzakken check, mijn tas ondersteboven haal, mijn jaszakken voel, het keukenblok inspecteer en dat rondje dan nog minstens vier keer herhaal, omdat dat nou eenmaal de meest voorkomende plekken zijn. De pen daar niet vinden zou betekenen dat ie ergens anders ligt, op één van de vele niet-veel-voorkomende plekken, wat wellicht nog vele uren zoeken betekent. Maar niet op het bureau of keukenblok, in jas, tas of broekzak, leidt tot het checken in de stapel kranten en literatuur, de badkamer, de gang, het toilet, een stille scheldpartij op mijn vriendin (omdat het nou eenmaal lekkerder is de schuld bij een ander te leggen) en de vondst van de pen op bijvoorbeeld mijn bureau, waar ie alsnog blijkt te liggen onder een uitgeprint A4'tje.

Vele buitengewoon scherpzinnige columns -misschien wel mijn beste werk- moeten op deze manier verloren zijn gegaan. Het is dus maar te hopen dat u deze uiteenzetting nog enigszins acceptabel vind, want toen ik zojuist de pen tussen de pindakaas en jam zag liggen, had ik geen idee meer waarom ik ‘m zocht.