maandag 3 november 2008

Weggepest uit de buurt (deel 2)
Column voor de EssensiE, door D.C. Lama
(deel 1 is via deze link na te lezen)

Na veel omzwervingen in de stad, kreeg ik in februari 2002 een flat in Overtoomse Veld, de veelbesproken wijk met o.a. Samir A. (hij woonde bij me in de straat) en Mohammed B (van schuin achter mijn flat). Maar dat speelde toen nog niet: het was nog gewoon een wijk met veel Marokkanen. In Zuidoost woonden de Surinamers; in Buitenveldert veel Chinezen; in de Jordaan de yuppen en wij hadden de meeste bewoners uit het Rif-gebergte. Dat was ik al gewend van eerdere huizen in Amsterdam-West: in de Akbarstraat (ik woonde er in 1995, hoewel de straat volgens de Grachtengordel pas in 2002 door Felix Rottenberg werd ontdekt) en het Gulden Winckelplantsoen (nog voordat het winkelcentrum daar was gebouwd, laat staan dreigde in te storten).

Volgens Pim Fortuyn vormden mijn buurtbewoners een gevaar voor de zogenoemde allochtone bevolking, maar voor hemzelf kwam dat gevaar uit Harderwijk. De moordenaar van Theo van Gogh (op wiens site ik al jarenlang mijn cartoons publiceerde) kwam wel uit mijn buurt, en daarmee was volgens de media het gelijk van Fortuyn alsnog bewezen. De nog immer voortvluchtige Syriër Abu Khaled had een tiental jongeren aangezet tot radicaal gedachtegoed, en daarmee was voldoende grond de hele buurt overhoop te halen. Politie, Justitie en vrijwel ieder orgaan dat riep wel iets aan de veiligheid te kunnen bijdragen, kreeg extra bevoegdheden en mankracht; woningbouwcoöperaties kregen grote sommen geld voor afbraak en nieuwbouw.

Omdat de woningen volgens de autoriteiten oud en ‘niet meer van deze tijd’ waren, werd besloten tot de sloop van vrijwel de gehele buurt. Mijn flat (toch zeker één van de lelijkste en minst onderhouden gebouwen in de wijk, maar grotendeels bewoond door blanken) werd zonder motivatie buiten de plannen gehouden. De nieuwe woningen werden groter en duurder: met de toegenomen woningvraag binnen de ringweg, moesten de Overtoomse Veld-bewoners maar wat vechten voor een plekje in de vernieuwde wijk, of anders opschuiven richting Halfweg of Badhoevedorp. Woningbouwcoöperaties mochten zich zelfs bemoeien met wie daarvoor in aanmerking kwam. In maart 2008 kregen alle bewoners een brief van het stadsdeel en de coöperaties De Alliantie, Eigen Haard en Far West met de zin: “Overlasthuishoudens in Overtoomse Veld die kans willen maken op een sociale huurwoning in de nieuwbouw, zullen hun gedrag moeten aanpassen.” Die brief ontving ik overigens toen ik al lange tijd iedere ochtend werd gewekt met het inslaan van heipalen in opdracht van precies die partijen.

Waren de Amsterdams tuinsteden lange tijd aantrekkelijk door de relatieve laagbouw, weidse opzet en veel groen: de nieuwe woningen gingen de hoogte in (schuin voor mijn huis zelfs 61 meter!), werden dichter op elkaar gepland en hadden daarom ook minder ruimte voor wat groen. Mijn balkon, waar ik heerlijk met mijn planten kon zitten, kreeg dankzij nieuwe hoogbouw ineens een stuk minder zon. Als normaliter de zon over het balkon was getrokken, ging ik vaak in het openbare tuintje voor mijn flat zitten, maar daar was door andere nieuwbouw ook al geen zon meer. Ik vond het een flink gemis, maar een biertje drinken na mijn werk met zicht op mijn medebewoners was sowieso al verboden: het stadsdeel had ‘wegens overlast door jongeren’ een algeheel alcoholverbod in mijn buurtje uitgevaardigd. En de kans gepakt te worden was groot: overal waren camera’s opgehangen; er was meer politie dan in een voetbalstadion, en een particulier bedrijf met buitengewoon laag opgeleide beveiligers mocht zich met autoriteit presenteren als ‘Straatcoaches’. De Straatcoaches beschikten over een indrukwekkend vermogen om op hun gloednieuwe mountainbikes vrijwel ieder fietspad te blokkeren, door uitermate traag te slingeren of er simpelweg met elkaar te staan ouwehoeren. Als je ook maar een beetje haast had, was de kans groot achterop hun glimmende jasjes te botsen, waarop een soort Duitse adelaar of Amerikaanse havik was gedrukt met de tekst To serve and protect (dat laatste wellicht om één of andere taalbarrière te overbruggen).

En zo zat je na je werk al snel weer gewoon binnen in je huis, in wat men dan de tuinsteden noemt. Tot er weer verkiezingen waren en Wouter Bos zijn plannen voor mijn wijk in een verkiezingsdebat ontvouwde: “Wat we met elkaar zullen moeten doen, is door de politie op die huizen af te sturen, door de spijbelambtenaren op die huizen af te sturen, door de jeugdwerkers op die huizen af te sturen, is echt achter die voordeur kijken.”

Wordt vervolgd