maandag 6 oktober 2008

Weggepest uit de buurt (deel 1)
Column van D.C. Lama voor de EssensiE

Het leek in Amsterdam wel verboden om uit elkaar te gaan (progressieve stad als zij zichzelf noemt), want op korte termijn een eigen woning vinden bleek een vrij onmogelijke opgave. Ik kwam op plekken waar ik 10.000 gulden borg moest neertellen, waar de huur meer dan 1000 per maand was of waar ik voor drie maanden 1500 piek moest betalen, mits ik drie keer per dag twee constant blaffende tekkels uitliet. De Mokumse koopmansgeest tierde welig onder de woningnood, zeker onder die van mij. Ik heb er heel wat voorbij zien komen, van die sociale woningbouwhuurders die zelf al lang naar Almere of Purmerend waren vertrokken, maar hun huis als drie of vier losse kamers onderverhuurden voor minstens vijf keer de huurprijs. Ik heb zulke klootzakken zelfs nog een tijdje betaald. Ik heb ook gekraakt gewoond, en anti-kraak. Ik was te schijterig om zelf te kraken (dergelijk laf gedrag zou verboden moeten worden!), maar verder heb ik er vrijwel alles voor over gehad om in mijn geliefde stad te kunnen blijven. Ik heb héél klein gewoond; ik heb héél veel betaald; ik ben héél vaak verhuisd. Tot ik eindelijk weer ergens vast kon wonen tegen een normale prijs: in het koophuis van een nieuwe vriendin. Tot ook dat weer fout ging en alles weer hetzelfde was, maar dan met diezelfde bedragen in euro’s.

Dus stond het merendeel van mijn spullen weer lange tijd in dozen, sneuvelde er bij iedere verhuizing wel iets en had ik de constante stress over twee maanden, drie weken of zelfs volgende week weer op straat te staan als ik niet snel iets wist te regelen. Vrienden masseerde ik moeizaam om hun achterkamertje voor mij leeg te halen; nieuwe vriendinnen met een eigen woning werden van meer aandacht dan anders voorzien, en oude plannen (een café op Jamaica beginnen, schaapherder in Ierland worden) werden weer eens op haalbaarheid gecontroleerd. Niet dat ik de stad uit wilde (ik had er zelfs werk!), maar ik kende te veel daklozen om hetzelfde na te streven. Naarmate de nood hoger werd, werden mijn eisen naar beneden bijgesteld. In de laatste week van een huurcontract, vroeg ik een vriend om zijn aangebouwde halve balkonschuur aan mij af te staan, ging ik met een soort Patty Brard naar huis omdat zij ruim scheen te wonen en riep ik welgemeend in een café: ‘Dan word ik wel stoker op een zeeschip!’

Maar als Jah een huis op slot doet, opent ie elders wel een coffeeshop. En daar ontmoette ik ene Piet met een huis voor twee maanden (hij ging zelf op vakantie van dat geld), waarna Allah mij te hulp schoot met een vaste flat zonder gezeik in Overtoomse Veld (stadsdeel Slotervaart, Amsterdam). Ik kon me er gewoon inschrijven, had er een prachtig balkon voor de befaamde Lamawiet from the balcony en fietste in 15 minuten naar de Dam of het Museum- of Leidseplein (dat laatste dan relaxed door twee parken). Men vond het een lelijke buurt, maar dat gold niet voor de ruimte tussen mijn muren. Wat er in de media over de buurt werd gezegd, zei volgens mij meer iets over de kleinburgerlijke blik van journalisten dan wat er zich daar werkelijk afspeelde. Maar zelfs vrienden waren daar sceptisch over, wat ik me wel enigszins kon voorstellen. Het was februari 2002. De grote Hollywoodaanslagen van 9/11 waren nog geen half jaar oud; Pim Fortuyn leefde nog en blèrde over ‘de vijfde colonne’; de oorlog in Afghanistan was volgens de berichten dankzij Westerse superioriteit al succesvol afgerond om daar tot in de eeuwigheid rust en vrede te brengen. Ik kon mij wel voorstellen dat zelfs mijn vrienden zich enigszins hadden laten meeslepen door het vernieuwde Janmaat-geouwehoer, hoewel dat alles natuurlijk klinkklare onzin was.

Of toch niet?

Wordt vervolgd