zondag 7 september 2008

Russisch roulette
Column van D.C. Lama voor de EssensiE van september 2008

Eén op de vijf bergbeklimmers die aan de afdaling van de K2 begint, schijnt daarbij om het leven te komen. Het weerhield de media er de afgelopen tijd niet van om uitgebreid verslag te doen van wéér een aantal doden op deze tocht. Men wil paddestoelen verbieden omdat er een minieme kans is dat dit bij sommige mensen fout gaat. Wanneer er eens iemand een overdosis van een ander genotmiddel binnenkrijgt, spreekt me al snel van ‘eigen schuld, dikke bult.’ Maar de Nederlanders die de K2 op het nippertje hadden overleefd, werden als een soort helden door de pers opgewacht. Zou de media ook zo enthousiast zijn wanneer het om overlevenden van een spelletje Russisch roulette zou gaan? (Ik bedoel dan uiteraard de variant waarbij er twéé kogels in een magazijn van 6 zitten, want anders is de kans op overlijden nog altijd slechts 1 op 6.)

- En, hoe ging het?
= ‘Ja, wel goed natuurlijk. We hebben geluk gehad. Tijdens mijn beurt kwam er toevallig geen kogel uit, en Jimmy hier had ook geluk toen hij zelf moest schieten. Helaas voor hem had Leon de twee kogels achter elkaar zitten en schoot ie die tweede in een reflex af op Jimmy’s voet. Die kan zijn tenen nu dus niet meer gebruiken.
- Ja, want Leon was toen al behoorlijk uit z’n spel, niet?
= Die lag er uit ja, dat was duidelijk.
- Theo heeft daarentegen wel heel goed gespeeld.
= Theo heeft zeker goed gespeeld! Met ballen! Ondanks wat er daarmee tijdens eerdere wedstrijden is gebeurd.
- Hij was ook de eerste...
= Hij was ook de eerste die over die 3-kogelronde begon, want daarover was natuurlijk een hoop onduidelijkheid. Omdat Leon allebei de kogels had afgevuurd, wisten wij ook niet hoe het verder moest. Daarover staat niets in het reglement.
- Dat was inderdaad een vrij uitzonderlijke situatie. Normaal gaat de wedstrijd na de eerste kogel gewoon verder, maar nu was de trommel al helemaal leeg.
= En wat doe je dan? Een nieuwe kogel in de trommel plaatsen geeft gewoon een kans van 1 op 6, dat is toch wat anders dan tot de laatste kogel doorschieten. Dan kan je namelijk meetellen, he. Dat maakt het toch een stuk spannender.
- Zoals tijdens het eerste spelletje met Freek.
= Ja, die kogel van Freek had iedereen zien aankomen. Arnold was natuurlijk al in de derde beurt afgeschoten, en omdat Bert en Marc daarna ongedeerd bleven, kon je op je klompen aanvoelen dat Freek de volgende ronde niet zou halen.
- En na die twee kogels van Leon zei Theo meteen....
= ‘Nieuw rondje met drie kogels in de trommel! Ik ben geen K2-mietje!’
- Theo draaide wel een beetje door, had ik het idee.
= Ja, wat wil je? Die had net Leon, Freek en Arnold een kogel door hun kop zien schieten! Die jongens zijn al vrienden van hem sinds de middelbare school. Met Leon ging ie altijd sluiszwemmen; Freek was zijn vaste spookrijdmaatje en met Arnold is ie nog vlak voorbij een aantal TGV’s gesprongen!
- Dus dat verklaart misschien waarom ie ook gewoon keek waar hij de kogels plaatste.
= Alle drie voorin achter elkaar, he? Hij noemde dat een kans van 3 op 1, maar dat klopt volgens mij statistisch niet helemaal.
- Volgens jou was de kans gewoon 1 op 1?
= Dat lijkt me wel. En dat is ook niets om je voor te schamen. Ik noem dat wel de moeder aller kansen.
- En wat gaan jullie nou met de twee overgebleven kogels doen?
= Nu ook Jimmy door zijn voetblessure uit de race ligt, kunnen we met die twee overgebleven kogels mooi de finale spelen. Bert, Marc en ik voor brons, zilver en goud. Hoewel het in onze sport natuurlijk traditie is dat de winnaar alle medailles mee naar huis neemt.