maandag 18 juni 2007

High in Amsterdam: San Francisco (USA)
tekst en foto: D.C. Lama

Het leven van uw High in Amsterdamreporter is niet overdreven zwaar. In de winter speurt ‘ie voor dit maandelijkse interview naar toeristen in de coffeeshops; in de zomer verkent hij de parken en pleinen, waar de vakantiegangers zich dan bevinden. Toch is het niet altijd gemakkelijk: toeristen zijn niet altijd herkenbaar en Nederlanders beschouwen het als een belediging wanneer je ze vraagt of ze hier op vakantie zijn. Om het mezelf wat makkelijker te maken, sloot ik daarom aan in de rij van het Anne Frankmuseum en sprak met Eddy en Jermaine uit San Francisco.

‘Natuurlijk’, zegt Eddy als ik hem aanspreek: ‘We hebben toch niets beters te doen dan wachten.’ De rij voor het Anne Frankhuis is inderdaad ook na de verbouwing nog ouderwets lang, maar wat wil je met naar schatting één miljoen bezoekers per jaar? Het grootste deel daarvan komt uit Amerika; gevolgd door Nederlanders en Engelsen. ‘We zijn voor twee dagen in Amsterdam’, legt Eddy enthousiast uit: ‘Maar we zijn hier al een week geweest voordat we door de rest van Europa reisden.’ De lijst met bezochte steden is langer dan ik ze van de meeste Amerikanen heb gehoord: Na Boedapest, Praag, Venetië en Parijs houd ik op met aantekeningen maken. ‘Morgen gaan we naar Brussel en dan vertrekken we naar Spanje. Daar gaan we rondtrekken met nog een vriendin erbij, die in Duitsland woont. Ik ken haar uit Spanje, waar we allebei een jaar hebben gestudeerd.’

Fietsen
Eddy en Jermaine zijn allebei erg opgetogen over Amsterdam. ‘Het is hier waanzinnig mooi en iedereen is superrelaxed. Niemand kijkt je na als je ook maar enigszins afwijkt van de norm, mensen zijn geduldig en vriendelijk en wat ik helemaal goed vind zijn al die fietsen.’ Jermaine begint alle voordelen van een fietsrijke stad op te noemen: minder vervuiling, minder ongelukken en minder lawaai. ‘En het lijkt me wel romantisch om met een vrouw achterop door de stad te fietsen. De vrouwen zien er hier trouwens veel beter uit dankzij al dat gefietst. In Amerika ken ik vrouwen die bij voorkeur zelfs met de auto naar de brievenbus zouden rijden.’

Geen stressbud
Tijdens hun eerste bezoek aan Amsterdam hebben de twee het Van Goghmuseum, het Erotisch Museum en het Hashmuseum bezocht. Naar het laatste onderwerp hebben ze nog wel wat extra studie verricht, alhoewel deze twee Amerikanen daar sowieso niet onwetend in waren. ‘Het is niet zo moeilijk om wat te cannabis te krijgen in Amerika, maar het vervelende is dat het altijd strafbaar blijft en dat je zwaar gepakt kan worden. Het is bovendien veel duurder: Je betaalt al snel zestig dollar voor een gram, als je tenminste geen stressbud uit Mexico koopt: van die groene hoofdpijnshit vol zaadjes.’ Vooral Eddy is te spreken over het liberalere drugsbeleid: ‘Ik rook geen tabak en drink geen alcohol, dus ik vraag me nogal eens af waarom dat allemaal wel in het openbaar mag. Terwijl ik als crimineel wordt behandeld.’

Anne Frankmuseum
Door ons gesprek is de wachttijd snel voorbij. Omdat ik de rij overwonnen heb, besluit ik voor ƒ12,50 weer eens naar binnen te gaan. Het blijft tenslotte het decor van één van de bestgeschreven oorlogsverhalen, van één van Nederlands talentvolste schrijfsters. Bovendien kan ik daarna nog wat verder met de twee toeristen praten over Amsterdam, blowen en andere zaken, die het leven zo aangenaam maken. Maar tijdens en na het bezoek spreken we weinig meer: beide heren zijn duidelijk onder de indruk van het museum en ik heb ook geen goede vragen meer. Na afloop kopen ze nog drie postkaarten: één met het huis erop, één met het dagboek en één met de kamer, waar Anne de meeste tijd van haar onderduiken door moest brengen.