maandag 18 juni 2007

High in Amsterdam: Australië
tekst & foto’s: D.C. Lama

In de zomer bestaat Amsterdam voor de helft uit toeristen. Als de herfst haar aantocht maakt wordt dat deel steeds kleiner. Maar er is tenminste één groep die zich ook in de regen prima weet te vermaken: de THC-toeristen. Voor onze maandelijkse rubriek ‘High in Amsterdam’ sprak EssensiE dit keer met Ali, een tweeëntwintig jarige Australische (Melbourne) die in haar eentje op rondreis is.

Als ik haar aanspreek zit Ali te schrijven in een boekje ter grootte van een ansichtkaart. Haar handschrift is klein, zoals dat van iemand die te veel op zo’n kaart kwijt wil. Het is volgens haar geen dagboek: ‘Ik schrijf er alleen af en toe wat anekdotes en situaties in.’ Ali vertelt dat ze in Praag was geweest en net aan het schrijven was over het 24-uurscafé waar rond acht in de ochtend belandde. ‘Daar zat een man van in de zestig de hele tijd aan een oude versleten Rubic’s kubus te draaien. De man was hoogstwaarschijnlijk een alcoholist: hij was zo dun dat zijn broek half op zijn knieën hing. Het was duidelijk dat hij de kubus nooit zou oplossen, want de meeste kleurtjes waren er al vanaf versleten.’

Ali blijft een aantal dagen in Amsterdam en gaat dan een tijdje in Engeland werken. Daarvoor reisde ze vier maanden in Thailand, kampeerde ze in Spanje en was ze in München, Praag en Berlijn. In de meeste steden was het volgens haar wel gemakkelijk om aan wat wiet te komen. Ook in haar thuisstad Melbourne is dat volgens haar niet zo’n probleem. ‘Veel mensen groeien hun eigen planten. Als je wordt betrapt kan de straf heel erg meevallen, maar er is wel een grote willekeur. Een vriend van mij heeft wel eens twee nachten in een politiecel gezeten voor het roken van een joint.’ En dat verhaal is inderdaad wat anders dan wat Ali over haar vriendin vertelt.

‘Een goede vriendin van mij was betrapt op het kweken van één plant. Voordat ze voor moest komen was haar vertelt dat de straf erg afhankelijk zou zijn van de rechter. Het type ‘blanke man met snor, die bij alle andere zaken voor je verkeersovertreders, vechtersbazen et cetera de huid vol scheldt’, zoals bij haar het geval was, was in ieder geval geen goed teken.’ Maar volgens Ali veranderde de rechter compleet toen haar vriendin zich ging verdedigen. ‘Zij is echt een hele mooie vrouw. Toen zij ter verdediging in het kort haar levensverhaal begon te vertellen, onderbrak de rechter haar onmiddellijk: ‘Nee, nee. Maak je geen zorgen. Je hoeft de gevangenis niet in.’ Hij moest haar wel een boete van 150 dollar geven, maar zei erbij dat ze die gerust in vijf termijnen van een maand mocht betalen. En net voordat hij met zijn hamer sloeg, zei hij nog snel: ‘En je bent trouwens een hele mooie meid.’