zondag 6 mei 2007

Mannenklus
Column van D.C. Lama voor EssensiE 119, mei 2006.

En daar stond de Grote D.C. Lama op het punt alweer één van zijn vele talenten tot ontluiking te brengen. Is hij het tenslotte niet wie zowel de machtigste staat als de kleinste onderkruiper weet neer te schrijven; wiens creaties niet alleen vele individuen verblijden, maar zelfs complete maatschappelijke veranderingen teweeg brengen; wiens inzichten niet alleen de politiek, maar ook het bedrijfsleven, ja zelfs ieders liefdesleven ten goede kan keren? Nou dan! Dan moest hij deze klus toch zeker ook weten te klaren? Een echte mannenklus, zo besloot hij, want hij had er tenslotte zijn gereedschapskist voor nodig.

De Grote Lama keek tevreden in de bergingskast: de gereedschapskist stond inderdaad nog op de plek waar hij die verwacht had. Op de kist lagen drie rolletjes plakband, een bolletje touw en een omgekieperd doosje schroeven (wanneer had ie die nou ooit gebruikt?), met daarachter -ja zeker, ook dat had hij allemaal ooit gekocht- de zaag en de hamer die voor het gereedschapskistje zeker tien centimeter te lang waren. Zijn gereedschapskist was dan ook meer een gewoon klein plastic doosje in de vorm van een gereedschapskist, die hij ooit in de aanbieding bij de Dirk van de Broek had gekocht. Een gereedschapskist, zo wist onze Grote Lama namelijk, hoort nou eenmaal bij een man in huis te staan. Toen hij nog samenwoonde deed zijn vriendin vrijwel alles aan het huis, maar bij de boedelscheiding had hij dan ook geen enkele aanspraak gemaakt op één der gereedschapsstukken. Nee, voor zijn nieuwe huis was had hij helemaal zèlf een hamer, een zaag en een schroevendraaier gekocht. De schroevendraaier paste wel in de kist, maar helaas niet op de meeste schroeven in zijn huis. Die platte schroeven vonden zo’n grote kruiskopschroevendraaier misschien wel heel indrukwekkend, maar lieten zich daardoor niet verwijderen. Met de hamer had de Grote Lama al bij de ingebruikname van zijn huis enkele ingelijste cartoontjes opgehangen; met de zaag haalde hij aan het eind van iedere zomer zijn oogst van het balkonnetje. Daarvoor verwijdert hij dan altijd op plechtige wijze de plastic beschermhoes van de zaag, want met een stuk of tien zaagbewegingen heeft hij zijn vier plantjes dan altijd wel weer binnen en is hij met dat ding wel weer klaar voor een jaar.

De Grote Lama schoof al wat op zijn gereedschapskist lag resoluut opzij: hij was op zoek naar iets wat er waarschijnlijk ìn lag. De bouten die zijn broer ooit had gebruikt om bij hem een wat groter schilderij op te hangen, vielen uit de bakjes op de deksel (de essentiële voorwaarde om wat dan ook een gereedschapskist te mogen noemen). Lama liet zich er niet door afleiden: zijn oog viel op vele plastic zakjes in de kist. Hij had ondertussen ook al aardig wat Ikea-gereedschap, zo merkte hij op. Allemaal van kasten die hij nota bene zelf in elkaar had gezet. Wie beweerde dat Lama’s carrière als één der Handigste Mensen der Mensheid pas op deze dag was begonnen, vergiste zich deerlijk. Hij haalde wat zakjes uit de kist, kwam tot zijn vreugde nog wat aanstekers tegen; ontdekte zelfs nog een pakje vloei tussen het verpakkingsmateriaal dat hij nooit had weggegooid; groette eerbiedig de grote dikke stoere kruiskopschroevendraaier en zag toen, onderin de kist, het zakje waarop hij had gehoopt.

Natuurlijk hoefde de Grote Lama niet meteen een nieuwe jas te kopen omdat de naaddraad wat was losgeraakt. Met enkele simpele steken moest hij dat toch zeker zelf wel weten te herstellen? Uit het plastic zakje haalde Lama de twee naalden die hij in een papieren zakdoekje had gestoken (zo slim was hij dus al eerder geweest), ging op een stoel zitten, legde zijn jas op schoot en bracht de naaddraad tot bij het oog van een der naalden. Dat zou nooit gaan passen, zag de Grote Lama al direct. Hij probeerde het toch, maar dat was omdat hij al door had dat ook de andere naald een even klein oog had: ruimschoots ontoereikend voor de dikke naaddraad. Hierdoor niet ontmoedigd wurmde hij op alle mogelijke manieren met de draad rondom de naald, likte hij aan de draad in de hoop deze daarmee wat te verkleinen, probeerde toen iets vergelijkbaars met de naald, prikte daarbij in zijn tong, en wierp zijn jas toen vloekend en tierend van zich af. De Grote Lama stond op en trapte zijn gereedschapskist net zolang in de rondte totdat deze weer terug zat in de kast. Ik ben toch ook geen wijf, schreeuwde hij naar niemand in het bijzonder. Hij besloot er nog geen seconde langer aandacht aan te besteden en smeet de kastdeur met een harde klap weer dicht. Koning Lama had toch zeker wel betere dingen te doen?