zondag 6 mei 2007

ADM
De laatste plaats voor D.C. Lama, Lama's vaste column voor Zone 5300 op de laatste bladzijde van dit tijdschrift voor strip, cultuur & curiosa.

Straigth from the Dutch underground: D.C. Lama,’ luidde de aankondiging die mij ten deel viel. Dat ‘from’ kon ik niet helemaal plaatsen: het impliceert immers dat ik daar op dat moment niet in verkeerde, maar hoe moest je het gekraakte terrein op enkele kilometers afstand van de stad dan wel bestempelen? De mooiste festivals hadden zich daar afgespeeld, waarvan er tegenwoordig zelfs enkele door de Gemeente, op een andere lokatie, worden mede-gefinancierd (met de ‘I Amsterdam’-stempel, alsof er zonder dat kenmerk geen cultureel leven in de hoofdstad bestaat.) Diezelfde Gemeente wil het kraakterrein nu zo snel mogelijk ontruimen, opdat er zich in de toekomst wellicht iemand zal melden om daar havenactiviteiten te ontplooien. (Waarschijnlijk aangetrokken door het succesverhaal van de nabijgelegen containerterminal.)

Dat vroeg dus om actie: culturele actie, in de vorm van een driedaags festival. En aangezien ik die donderdagavond noch Carré, noch Ahoy hoefde te bespelen, had ik toegezegd de mensen te steunen die zoveel mooier en vrijer wonen dan ik: een lange weg achter Sloterdijk affietsend van mij verwijderd. De havenarchitectuur onderweg verraadde geen culturele vrijhaven op komst, maar maakte wel duidelijk waarom de tegencultuur daar zo kan bloeien.

Het krakersterrein zelf lag in het groen, direct links na de poort tussen de bosjes werd ik nu aangekondigd: in een chill out-ruimte waar bij binnenkomst nog klassieke muziek had geklonken en beelden van de moderne consumptiemaatschappij in allerlei tempo te zien waren geweest. Ik was toen direct zo’n 200 meter doorgelopen naar waar altijd het meeste te doen is: waar de bandjes speelden, waar het bier werd verkocht en waar met vuur en alles wat sinds ‘Enschede’ verboden is, de feesten diep in de nacht werden beëindigd. Maar daar trad ik dus niet op. Ik stond geprogrammeerd in de chill out waar het op deze eerste avond nog wat te rustig voor was: de tent met bands was gevuld met gemoedelijk dansende drukte en daaromheen kon iedereen met palets, stoelen of jassen op het gras gemakkelijk een eigen plekje creëren om van de zomerse nacht te genieten. Daar was geen 200 meter-tocht voor nodig.

Ook ik was bij de tent gebleven tot het einde van de band, die na afloop iedereen op mijn optreden zou attenderen. De zanger deelde inderdaad mee dat ‘het volgende’ ergens anders te doen was en had, bij vergissing, in exact de tegenovergestelde richting gewezen. Gezien de volgzaamheid van het publiek was er voldoende belangstelling voor, maar daar was in de chill out weinig van te merken. ‘So please step up front for his performance,’ vervolgde mijn aankondiger ter plaatse. Recht voor de microfoonstandaard was een leeg omheind grasveldje met projectiescherm; achter mij het met landbouwzeil bedekte dj-gedeelte. Aan mijn linkerkant, net buiten het zicht, stookte een groepje Engels- en Spaanstaligen het vuurtje in een korf op; aan mijn rechterkant zat mijn vriendin met een van de organisatoren.

He’s gonna perform in Dutch, so I hope you understand.’ De organisator en mijn vriendin juichten van ‘ja’. Het was niet erg dat ik mijn verhalen niet had vertaald. Zolang ik maar een goede indruk op mijn meissie zou maken.