maandag 7 augustus 2006

Cover-up
(Nu aan het lezen - 2)
'FBI-directeur Mueller begon een uiteenzetting te geven over het lopende onderzoek naar de identiteit van de kapers. Hij zei dat het van het allergrootste belang was geen bewijsstukken te manipuleren, zodat medeplichtigen na arrestatie veroordeeld konden worden. Minister van Justitie John D. Ashcroft viel hem in de rede. Laten we de discussie hier stopzetten, zei hij. De hoofdtaak van de ordehandhavers, vervolgde hij, is nieuwe aanslagen voorkomen en medeplichtigen of terroristen oppakken voordat ze ons opnieuw aanvallen. Als we ze niet voor het gerecht kunnen brengen, het zij zo.'
(...)
'Hij (Powell - DCL) zei dat ze er een zaak van moesten maken dat Al-Quida achter de aanslagen zat. 'Maar niet een rechtszaak,' wierp Rumsfeld tegen: 'Het is niet gerelateerd aan een bepaalde gebeurtenis.' Waar het om draaide, waren willekeurige terroristische daden. Ze wisten dat Al-Quida in terrorisme geloofde. Bin Laden en anderen hadden dat in de openbaarheid regelmatig gezegd.'
(...)
'Ze bespraken de vraag of ze een witboek moesten uitbrengen met bewijzen dat Bin Laden en Al-Quida achter de aanslagen van 11 september zaten. Rumsfeld vroeg of een dergelijk rapport wel nodig was. (...) De bewijslast zou bij de regering liggen en er zouden rechtstreekse bewijzen -'buiten alle aannemelijke twijfel'- geleverd moeten worden. En dat was onmogelijk.'
Uit: Bush in oorlog - Bob Woordward (ISBN 90-5018-597-5), de eerste 100 dagen sinds 9/11 op basis van interviews met en in de woorden van de Amerikaanse hoofdrolspelers, waaronder de president, kabinetsleden en leden van de CIA. Zie ook hier.