zaterdag 17 juni 2006

André
Het Nachtegal van D.C. Lama, dd 17 juni 2006. Vannacht tussen 1.00 en 2.00 uur op 3FM in Alles uit de Radiocast, een programma van Giel Beelen.

Als je je op een gesprek voorbereidt, kun dat doen door je in je gedachten zinnen uit te spreken en vervolgens te bedenken hoe die ander daar op zal reageren. Hoe beter je iemand kent, des de groter de kans is dat je weet wat die ander zal antwoorden. Dat geldt voor diens eerste zin, maar natuurlijk ook voor de tweede, derde of vierde opmerking van zo’n persoon. Op die manier kun je hele gesprekken houden: Als je vaak met iemand discussies hebt gevoerd, kun je zelfs al enigszins bedenken waar je op uit zult komen en als je vaak met iemand hebt gelachen, kan uit zo’n denkbeeldig gesprek zelfs nog wel een hele goede grap rollen.

Je hersenen slaan een waanzinnige hoeveelheid informatie op, meer dan je zelf ooit kunt benoemen. Hoe bijvoorbeeld iemand kijkt als ie iets zegt; hoe zijn stem klinkt; hoe snel hij of zij je onderbreekt als je iets uit probeert te leggen... Probeer al die zaken exact te benoemen en het zal je niet lukken, maar uit het feit dat je de authenticiteit ervan allemaal wel herkent, kun je afleiden dat je het wel hebt opgeslagen.

Als je intensief aan een ander probeert te denken, wordt de opgeslagen kennis over hem in je hersenen actief. Die activiteit leidt in combinatie met de input die je zelf hebt gegeven (de zinnen die je in stilte tot die persoon hebt gericht) tot een uitkomst met enige mate van waarschijnlijkheid (het antwoord dat je aan die persoon toeschrijft).

Vandaag, 17 juni, is de verjaardag van een goede vriend van mij. Hij zou 34 zijn geworden, als hij niet vorig jaar was overleden. Er waren jaren dat ik hem een paar keer per week zag. Er was een vrij lange tijd -toen wij samen aan van alles en nog wat werkten- dat ik hem vrijwel iedere dag zag. En er was ook een tijd -de laatste tijd- dat wij slechts af en toe met elkaar afspraken om wat bij te kletsen, bier te drinken, lol te maken en om herinneringen levend te houden.

Zo af en toe probeer ik intensief aan hem te denken en zeg ik in stilte wat zinnen tegen hem. Dat wordt dan waarschijnlijk razendsnel verwerkt in de processor die mijn hersenen heten, want, gevat als hij was, volgt daar dan vaak binnen no-time een opmerking op die ik wel typerend voor hem vind. Dat zou volgens mijn eigen theorie betekenen dat ik zelf minstens net zo gevat ben als hij, maar volgens mij is André nog steeds gewoon erg ‘geestig’.

Dus vandaar, vriend: Gefeliciteerd!