dinsdag 9 mei 2006

Illeberal democracies
'De wereld is niet langer verdeeld in democratieën en dictaturen. Indien Popper (auteur van The Open Society and It's Enemies - DCL) nog zou leven, zou hij een nieuwe vijand aan zijn boek kunnen toevoegen: de illeberal democracies. Deze geduchte vijand spreekt de taal der democratie en is bijna overal ter wereld te vinden. De periode van democratisering en de toenemende vrijheid die in 1989 met de val van de Berlijnse Muur begonnen is, lijkt tot een eind te zijn gekomen. Veel landen hebben nu gekozen regeringen, maar dit is niet noodzakelijkerwijs gepaard gegaan met meer vrijheid.

Integendeel, in de 21ste eeuw komt de bedreiging van de vrijheid van binnenuit -van regimes die beweren democratisch te zijn en misschien hiervan de uiterlijke schijn vertonen, maar uiteindelijk regeren als semi-dictaturen. Zij organiseren regelmatig verkiezingen en laten een paar oppositiepartijen, autonome niet-gouvermentele organisaties of onafhankelijke kranten toe. Maar tegelijkertijd hebben zij genoeg controle over maatschappelijke krachten -zoals de media, verkiezingen en politieke partijen- om een serieuze bedreiging van hun bewind te voorkomen. Verkiezingen dienen hier om de macht van het regime te legitimeren, niet om deze eventueel over te dragen. Het volk tolereert deze illeberal democracies omdat zij een identiteit, overzichtelijkheid, zekerheid, orde en veiligheid bieden. Het pluralistische karakter dat cruciaal is voor democratie wordt met zachte hand en door middel van harde manipulatie onderdrukt. Achter de façades van democratische verhandeling en instituties laten deze illeberal democracies weinig ruimte voor het individu met zijn eigen vrijheid, mening en verantwoordelijkheid.'
Uit: De H.M. van Randwijklezing, op 5 mei jongstleden uitgesproken door Prinses Mabel van Oranje-Nassau, directeur van de Open Society Institute in Brussel.