vrijdag 24 februari 2006

Vogelpestverhaal
Nachtegal van D.C. Lama, dd 24 januari 2006

Zo’n drie jaar geleden werkte ik bij een dierenbeschermingsorganisatie. Een half jaartje slechts, want de directeur was een absolute gneurft die er als eerste voor gezorgd had dat de gneurft op de lijst van beschermde diersoorten kwam te staan. Dat zorgde ervoor dat alle andere dieren in zijn buurt na een half jaar onvermijdelijk werden afgeschoten (werkelijk niemand met ook maar enig commentaar op zijn gneurftengedrag kreeg daar een ooit een contractverlenging), maar aangezien deze gneurft ooit advocaat is geweest en zich graag op zijn beschermde status beroept, zal ik daar niet al te lang over uitweiden. Maar hoeveel varkens er ook in nood zijn; ik bedenk mij wel twee keer voordat ik zo’n organisatie nog eens geld geef.

Eén van de dingen waar ik mij tijdens dat half jaar mee bezig heb gehouden, is de organisatie van een vogelpestconferentie. In 1996 hadden we de gekke koeienziekte gehad; in 1997 de varkenspest; in 2001 de MKZ-crises en ook in 2003 was er al de vogelpest. En ook toen al zeiden alle deskundigen al dat je die vogels gewoon zonder problemen kon inenten maar dat dat werd verboden door Brussel, die -zoals gebruikelijk- vooral oog had voor de religie die Economie heet. Overigens niet zozeer voor de economie van de individuele boeren, want er zijn toen heel veel pluimveebedrijven compleet onnodig geruimd.

Die boeren waren tijdens die conferentie overigens niet in grote getale aanwezig; dat waren vooral de zogenaamde hobbydierhouders. Mensen met kippen, ganzen en ander gevogelte die hun beesten net zo vertroetelden als andere mensen dat met honden, katten en weet-ik-veel wat voor beesten doen. Of zij hun beest maar even wilden laten afmaken door de overheid, hadden zij te horen gekregen. En aangezien ook zij wel wisten dat dat werkelijk niets hielp aan de bestrijding van de ziekte, circuleerden er ineens allerlei verhalen over kippen die ‘s nachts in de kofferbak naar zogenaamde veilige gebieden werden gesmokkeld en mensen die hun beesten verstopten in moeilijk te ontdekken schuurtjes en achterhuizen. Maar er waren ook verhalen van kinderen die alleen thuis waren en met dwang van de autoriteiten hun geliefde kip genaamd TokTok moesten afgeven, die dan vervolgens voor hun neus werd afgemaakt.

Het bespottelijkste verhaal dat ik in die tijd heb gehoord, werd mij verteld door een vrouw die aan een watertje woonde en lang daarvoor een gewond geraakte, jonge gans had verzorgd in haar tuin. Het beestje was daardoor aan mensen gewend geraakt en had na al die jaren nog steeds een eigen hokje in de tuin. De vrouw voederde het beest nog steeds, maar overdag -en soms ook een aantal nachten- ging het beestje gewoon met andere gansen om. Omdat hobbydierhouders waren opgeroepen hun dieren te laten registreren, had ook zij dat gedaan en stonden er drie jaar geleden daarom enkele ambtenaren voor haar deur, die de gans kwamen afschieten. Gezamenlijk liepen ze naar de tuin, waar de vogel samen met wat wilde ganzen aan het water scharrelde.
‘Welke is het?’ vroegen de ambtenaren, wijzend op de ogenschijnlijk identieke beesten.
‘De derde van de rechts,’ antwoordde de vrouw plichtsgetrouw.
En omdat was besloten alleen hobbydieren en geen wilde gansen af te schieten, richtte de mannen hun geweren op de derde gans van rechts, schoten het beestje af en vertrokken weer.

Dus eindelijk, eindelijk kan ik eens een column eindigen met een compliment voor een minister van dit kabinet. Het is dezelfde minister die voor de dood van die derde gans van rechts verantwoordelijk is, maar minister Veerman heeft het toch maar mooi voor elkaar gekregen dat die beesten dit keer wel mogen worden ingeënt. Hoewel ik nog steeds gruwel bij de gedachte dat die ambtenaren toen gewoon hebben geschoten en die vrouw het beestje gewoon heeft aangewezen.