woensdag 3 november 2004

Vrijheid van meningsuiting
Column van D.C. Lama, voorgelezen in een uitzending van Nachtland (een programma van de RVU met Def P.) in de nacht van 3 op 4 november.

Hoera! We zijn het er nu allemaal over eens: aan de vrijheid van meningsuiting mag niet worden getoornd. Zelfs de minister-president, de man die er openlijk voor pleitte grenzen te stellen aan satire, kon dat gisteren niet snel genoeg voor de camera verklaren. We zullen de komende jaren wel zien of hij het meent, maar ik vermoed dat hij binnen enkele maanden de bandbreedte van de maatschappelijke discussie alweer probeert in te dammen met zijn zogenaamde normen en waardendebat, dat voldoende ruimte biedt voor gebabbel in de marge, maar iedere fundamentele discussie in de kiem weet te smoren. Zijn persverklaring werd uitgezonden zoals ook Fidel Castro over voldoende zendtijd kan beschikken en de journalistiek leek alle opmerkingen van Balkenende over zelfcensuur alweer helemaal te zijn vergeten.

Ook Job Cohen was ineens Theo’s medestrijder geworden. Ik herinner me nog dat Van Gogh zich kwaad maakte dat de opvoering van het toneelstuk ‘Aïsja’ dankzij Cohen’s partijgenote Fatima Elatik niet kon worden opgevoerd en dat Cohen toen eieren voor zijn geld koos, waarna de discussie werd verlegd naar de vraag of Theo van Gogh het arme schaapje van een Elatik niet teveel stalkte met zijn ‘gezeur’. ‘Cohen is te laf om artikel 7 van de Grondwet te respecteren’ schreef Van Gogh op zijn site, maar die beschuldiging kon Cohen na Theo’s dood makkelijk van zich afschudden. Nu het probleempje Theo van Gogh was opgelost, zou niemand hem daar tenslotte nog aan herinneren. Sterker nog: Cohen had daar toch op de Dam gestaan... hoe kon iemand dan nog beweren dat hij geen strijder voor de vrijheid van meningsuiting was. ‘Mijn burgemeester is ie niet’ schreef Theo op diezelfde site over Cohen, dus je zou je toch mogen afvragen wat die man daar in godsnaam deed. Ik heb er geen journalist over gehoord.

Ik zal de rest van de boven ons gestelden maar even buiten beschouwing laten. Want ook minister Donner bijvoorbeeld pleitte onlangs nog voor een beperkende beroepscode voor journalisten, maar presenteerde zich gisteren desondanks gewoon als een gemotiveerd strijder voor het vrije woord. Dat moest wel blijken uit de ernst die hij van zaak zei te maken: Moslimfundamentalisme moet strenger worden aangepakt. Blijkbaar in naam van het vrije woord, dat volgens hem was aangevallen. (Ik denk dat het een aanslag was op een ongelovige, die zich door middel van het vrije woord aan de dader bekend heeft gemaakt.)

En daar gingen gisteren dan ook vrijwel alle discussies over. Vrijheid van meningsuiting betekent dat je moet kunnen zeggen dat er gevaarlijke extremisten rondlopen zonder direct voor racist te worden uitgemaakt. Theo deed dat al heel lang, is door alles en iedereen in de media om die reden racist genoemd... en dat alles is hem uiteindelijk noodlottig geworden.

Maar is dat dan de discussie over vrijheid van meningsuiting? Nee. Het is één van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat het misschien wel handig was geweest als afwijkende meningen tot in de mainstreammedia zouden doordringen. Dan is er vrijheid van meningsuiting! Maar meningen die afwijken van meningen die al bekend zijn, worden in de mainstreammedia niet op prijs gesteld. Boven alles moet de immer voortschrijdende show op radio en televisie doorgaan, het liefst met bekende koppen uit de bladen, wiens zinnen een zekere voorspelbaarheid hebben. Niets moet de argeloze mediaconsument kunnen choqueren, want die zou door zoiets nog wel eens kunnen afhaken. En doen zij dat niet, dan zijn het wel de adverteerders, die zelfs bij de publieke omroep nog een grote macht hebben.

De vrijheid van meningsuiting. Ik ben benieuwd hoe vaak ik die woorden de komende tijd nog terug zal lezen in de opiniebladen die Theo van Gogh ooit de deur hebben gewezen. Dat gebeurde omdat hoofdredacteuren tegenwoordig ook de mening van columnisten aan hun eigen standaard onderwerpen en Theo zich daar als één van de weinige mensen niet door liet piepelen. Ieder voorval had zijn eigen verhaal en zal door de desbetreffende hoofdredacteur ongetwijfeld met mooie woorden rechtgeluld kunnen worden, maar het komt er simpelweg op neer dat in opiniebladen zelfs columnisten geen volledige vrijheid van meningsuiting hebben.

De vrijheid van meningsuiting. Zou er, nu het onderwerp dan toch eindelijk weer eens actueel is geworden, nu ook eens gesproken worden over de grote mediaconglomeraten? Zou er in dat kader ook eens gesproken worden over hoe het met Theo’s laatste film is verlopen: hoe de film Cool slechts in een beperkt aantal bioscopen werd vertoond, omdat Pathé een buitengewoon grote macht in het Nederlandse filmlandschap is? Dat zo’n conglomeraat ervoor zorgt dat er alleen plaats is voor de mainstream en dat dit niet alleen het geval is bij film, maar ook bij kunsten als muziek of literatuur. Theo’s boeken mochten dan wel als een dolle verkopen: hij had bijzonder veel moeite om telkens maar weer een uitgever te vinden.

Zou de discussie zich ook verleggen naar het likken en slikken in de mediawereld, die een voorwaarde vormen om bijvoorbeeld in Barend & Van Dorp je verhaal te kunnen houden of in aanmerking te komen voor subsidies? Zou het zelfs kunnen gaan over die achterlijke gewoonte om mensen maar meteen aan te klagen wanneer iemand iets over je zegt wat je niet bevalt? Het zijn allemaal zaken waar Theo van Gogh zich in zijn columns geregeld over uitliet en wat hem inderdaad een grote strijder voor vrije woord maakte. Het zorgde er ook voor dat Theo, die er dankzij zijn standvastigheid als uitzondering op de regel wel in slaagde zijn zegje te kunnen doen, gemakkelijk als paria bestempeld kon worden.

Zolang de media het publieke debat over de vrijheid van meningsuiting tot het moslimfundamentalisme kunnen beperken, hoeven ze niet toe te geven de vrijheid van meningsuiting zelf al jaren te verkwanselen.