zaterdag 26 juni 2004

Het Nachtegal van D.C. Lama
Iedere nacht van vrijdag op zaterdag braakt D.C. Lama zijn Nachtegal uit in het programma van Giel Beelen op 3FM. De uitzending van afgelopen nacht (met als gast: Theodor Holman) is na te luisteren via deze link.

Te gekke plantjes
Het Nachtegal van D.C. Lama, d.d. nacht van 25 op 26 juni 2004

Het viel me woensdagmiddag pas voor het eerst op: de drie meisjes op mijn balkon waren al tot boven de rand van mijn bank in de woonkamer uitgegroeid. Als ik liggend op de driezitter naar buiten kijk, wordt ik op ooghoogte begroet door de toppen en verschijnt er een ongelofelijk grote glimlach op mijn gezicht: ook dit jaar groeien mijn wietplanten weer als een tierelier!

Lang leve de stekkies die je in maart, april, mei in de grond stopt, bemoedigend toespreekt en in de tijd van september oogst als waanzinnige planten. Ik heb het hier al zo vaak gezegd: doe het nou gewoon! Hoe vaak moet ik hier de cursus ‘Altijd gratis blowen’ nou nog geven voordat heel Nederland gewoon wat plantjes op zijn balkon of in de tuin zet, want: Het mag en het loont de moeite! Maar als je nou nog moet beginnen ben je eigenlijk alweer te laat. Domoor! Gelukkig is er tenminste nog één persoon die naar mij luistert, te weten: Ikzelf!

Ik, die de planten een paar weken geleden getopt heeft, zodat de plant lekker volgroeit. Ik, die iedere avond hervulbare petflessen water bij de planten gooit en ziet hoe heerlijk ze daarvan smullen na een geweldige zonnige dag!

Er lopen weer vrouwen in korte rokjes rond; er klinkt reggae door mijn speakers en het land is in een feeststemming omdat wij weliswaar in het zand in Irak steeds meer terrein verliezen, maar op de grasmat nog steeds niet zijn uitgeschakeld. We gaan door en het is pas een paar dagen zomer, mensen! Ontkiem en voel de vibes. Ik weet één ding zeker: het wordt weer een topzomer.

Woensdag was het nog wel even spannend. Terwijl ik op de bank een programma over 44 mannen met twee balletjes bekeek, zag ik de reeds aangekondigde storm over de stad trekken, omdat waarschijnlijk Duitse wolken door een fris Tsjechisch windje verjaagd moesten worden. De weermensen hadden het met angstaanjagende getallen aangekondigd: er was kans op windstoten met een snelheid van 100 kilometer per uur: een snelheid waarmee ook mensen elkaar dagelijks vermoorden.

Ik achtte de kans dan ook groot dat de wind mijn meisjes iets zou aandoen. Terwijl de spanning in het hele land steeds meer voelbaar werd, zwiepten mijn plantjes in steeds grotere bewegingen op en neer en dacht ik aan de ramp van twee jaar geleden, toen een storm enkele grote takken had geknakt van mijn toenmalige vriendinnetjes. Bang gemaakt door de getallen-noemende weerprofessionals, besloot ik aan het eind van de avond maar op zeker te spelen en haalde mijn planten voor een avondje naar binnen.

Een shiva, een white whidow en een purple haze stonden in mooie degelijke tienliter-potten in mijn kamer. Na twee maanden op mijn smalle balkon had ik eindelijk de ruimte om ze eens goed te bekijken: Van boven, van voren, van achteren en -helemaal mooi- met een joint vol wiet van vorig jaar onder de planten liggend en naar boven kijkend, denkend: Wat zijn het toch geweldige planten!

In no-time waren de drie kleine stekkies uitgegroeid tot planten van zeker een meter hoog met stevige zijtakken, waarop de knoppen van nieuwe zijtakken zich alweer aandienden. Waarschijnlijk had de natuur de storm ingezet om de stammen van alles wat deze zomer groeit nog iets te verstevigen en had ik toegegeven aan de menselijke arrogantie om te denken dat ik het wel beter wist, maar de schoonheid van die planten in mijn kamer overtrof ieder doelpunt dat die avond tijdens welke wedstrijd dan ook was gescoord. Wat een ingenieuze bouwwerken! Wat passen die planten zich toch geweldig aan aan de omstandigheden, ook toen zij aan de storm waren ontsnapt en heerlijk rustig konden chillen in Casa Lama, zoals ik mijn huis in een opwelling had gedoopt.

‘Schatjes, liefjes, waanzinnig mooie planten!’ zo sprak ik tot ze met alle tederheid in mij: ‘Ze zeggen dat je een beetje gek wordt van jullie.’ De planten zwegen wijslijk. Daar begrepen zij nou helemaal niets van.