dinsdag 15 juni 2004

Dat ze dood is.
Verhaal van D.C. Lama, gepubliceerd in Magreet Dolman's Mens & Gevoelens, februari 1997

Door haar glimlach die avond werd ik verliefd op haar. Ze was me al een paar maal opgevallen, maar die glimlach maakte mij verliefd. Zelfs toen we al vele maanden iets hadden, kon ik nog niet goed tegen dat lachje. Dan moest ik haar hele gezicht behangen met kusjes.

Als een onhandige clown moet ik geprobeerd hebben met haar in contact te komen, want het lukte doordat ze daar een grapje over maakte. Om nog een beetje nonchalant over te komen kon ik ook niets anders dan mezelf af te zeiken en gelukkig vond ze dat wel grappig.

Nog geen drie uur later zoenden we al en schrok ik van mijn 'Ik houd van jou'. Ze zei dat ik dat al snel wist, maar binnen twee weken zei ze het ook. 'Weet je....ik geloof dat ik van je ben gaan houden.'

En toen hadden we wat met elkaar. Plotseling kon ik haar bellen zonder dat het gek was. En bij haar aanbellen en met haar ergens naartoe. En haar zoenen en met haar naar bed. Want dat was misschien nog wel het allermooiste; ik ging met haar naar bed. Ik mocht met mijn tong strelen achter haar oor en mijn hoofd bij haar schaamlippen en haar kussen op haar borst. Ik mocht zelfs giechelen als zij Bert en Ernie nadeed en zeggen dat ik bang was dat mij iets niet zou lukken.

Dat ze dood is. Ik moet nu zeggen dat ze dood is. Anders begrijpt u het niet. Dat ik hier godverdomme niet loop te mijmeren, maar pijn opschrijf. Pijn, omdat er glas in mijn strot zit en mijn buikspieren zich samentrekken. Omdat mijn hart zo onregelmatig klopt en ik een knallende kop heb. Dat mijn pen het papier niet goed raakt omdat mijn lichaam trilt als de pest en dat ik dat papier überhaupt niet zie door de tranen in mijn ogen.

Wat is het gaaf als er iemand zo veel van je houdt. Als iemand alles weet wat je doet en zegt dat het gaaf is. Iemand die lacht om wat je zegt en om wie je moet lachen. 'Ik houd van jou' moest ik schreeuwen in haar oren, heel hard schreeuwen, omdat de woorden zelf niet overtuigend waren. Heel vaak schreeuwen, omdat het nog steeds niet zei wat het was. 'Ik weet het', zei ze staccato en dan met die lach; 'maar ik kan het niet geloven'. En dan moest ik haar weer kusjes geven op haar neus, haar wenkbrauwen, haar ogen en eigenlijk overal.

Dat ze dood is. Onthoud nou alstublieft dat ze dood is. Heb nou medelijden met me omdat ze dood is. Omdat ik voel dat ik inéén krimp en alle ruimte om me heen stil en zwart is en steeds kleiner wordt. Ik moet zelfs sigarettenpeuken in mijn armen doven om te weten dat mijn lichaam nog een buitenkant heeft. Want de pijn zit in mijn aderen en in mijn bloed en overschreeuwt alles.

Ik liet haar aan mijn moeder zien en wilde Ta! Ta! roepen toen ze binnen kwam. Zoals blazers een prinses begeleiden, wilde ik taterend naast haar lopen. Ta! Ta! bij de bakker, Ta! Ta! in de trein, Ta! Ta! in de straten en Ta! Ta! bij mijn vrienden. Iedereen moest weten dat ze bij mij hoorde en achterover slaan van verbazing. Ta! Ta! Lekker lief van mij.

Ik was zo verliefd dat ik er soms wel eens bang van werd. Want ik sprak over samenwonen en kinderen krijgen. Over wat de leukste namen waren en hoe ze zouden zijn. Over wie we zouden uitnodigen als we ooit zouden trouwen. Over het wonen in de stad of in een ander land. Wie we dan het meeste zouden missen en waarom wij niet zo saai zouden worden als zo veel van onze vrienden. En als we dat gezegd hadden was ik niet bang meer, maar genoot slechts van het behangen.

En van het bezoeken van de talloze concerten. De bioscoop en de kroeg waar ik alleen met haar heen ging. Haar ouders in Drenthe, de manege waar ze paard reed. Het theater, het strand. De bibliotheek om boeken terug te brengen, de supermarkt, het bos, samen in de trein.

Dat ze helemaal niet dood is. Dat mag u ook best weten. Dat ze nu voor iemand anders lacht die haar dan mag kussen. Iemand die nu met haar slaapt en met haar giechelt. En dat ik dan steeds beelden voor me zie waarin ze neuken en zij daar zo bij kreunt. Dat ik dan moet kotsen en mij met glasscherven besnijd. Dat ik met mijn hoofd op de muur moet beuken om die beelden te vergeten, maar dat ik hem alleen maar sperma in haar zie spuiten. Dat ik dan pijn heb moet u weten. En dan wil dat ze dood is.