donderdag 29 mei 2003

Kaboutertjes
Het Ochtendgal van D.C. Lama: iedere donderdagochtend op 3FM in het programma van Giel Beelen.

Dinsdag is het nieuwe kabinet geïnstalleerd, maar zoals vaste luisteraars weten mag ik het hier van Giel niet al te veel over politiek hebben. Daarom vertel ik u liever een verhaaltje over zestien kaboutertjes, waarvan 8 christelijk, 6 conservatief en 2 niet helemaal wisten wat ze waren. Die zestien kaboutertjes waren de baas over iedereen in kaboutertjesland.

Nou ja: over iedereen..... Er waren natuurlijk wel wat grootgrondbezitters onder die kaboutertjes, waar die zestien kabouterbaasjes niet echt hun mond tegen open durfden te trekken. Die grootgrondbezitters hadden namelijk heel veel macht, vooral omdat die zestien kabouterbaasjes zich nogal afhankelijk van hun opstelden. Daarom speelden die zestien kabouterbaasjes gewoon wat meer de baas over de gewone kaboutertjes.

Dat zeiden die machtige kabouters ook: ‘Zorg er maar voor dat die sukkels wat harder voor ons werken! Zorg er maar voor dat ze hun mond houden als wij ze wat minder geld betalen en dat ze ook blijven werken als ze al heel erg oud zijn of heel erg ziek.' En die machtige kabouters gaven de kabouterbaasjes een toverwoord, waarmee ze de kleine kaboutertjes in toom konden houden: Economie.

En dat werkte als een dolle! Zodra die kabouterbaasjes dat toverwoord uitspraken, werden de kleine kaboutertjes heel erg bang dat alle oogsten zouden mislukken, dat niemand meer te eten zou hebben en dat er zeven jaren van rampspoed over hen heen zouden trekken. Ondertussen werkten ze zich helemaal het schompes, zodat de machtigste kaboutertjes lekker onderuitgezakt hun dikke kabouterbuikjes konden vullen. Sommige kabouters verdienden namelijk wel miljoen beukenootjes per jaar, zonder dat ze ooit zelf een beukenootje van de grond hoefden te rapen.

Die zestien kabouterbaasjes vonden het allemaal geweldig, want ze kregen regelmatig complimentjes van die rijke kaboutertjes. En omdat de gewone kaboutertjes zo gewillig luisterden naar alles wat die kabouterbaasjes riepen, deden ze er nog een schepje bovenop. Zo vonden de gewone kaboutertjes het lekker om na het werk af en toe een pijp vol toverkruid te roken, maar nee... Dat mocht niet meer van de kabouterbaasjes. En zo hadden ze ook huisdieren als kippen en ganzen, die onder het roepen van het toverwoord ‘economie' één voor één door de kabouterbaasjes werden afgeslacht. Zonder dat daar overigens een goede reden voor was. Sowieso werden al die kaboutertjes een stuk meer in de gaten gehouden, maar daarvan dachten ze dat dat voor hun eigen bestwil was.

En omdat al die kleine kaboutertjes dachten dat ze toch niets tegen de kabouterbaasjes konden doen, hielden ze zich liever bezig met kleine ergernissen. Hondenpoep, files, het Songfestival... de kleine kaboutertjes kwekten er hele dagen over. Want als zij zich ‘s ochtends realiseerden dat zij zich weer een dag lieten naaien door die machtigste kaboutertjes van het land, dan hadden zij de hele dag een kuthumeur. En dat kon natuurlijk ook nooit de bedoeling zijn.