vrijdag 14 maart 2003

Het Adriaan van Dis-spel

In het kader van de boekenweek een kort spelletje van mijn hand, dat in mei 1997 werd geplaatst in maandblad ZIN. Onderstaand verhaal bestaat uit 7 romanfragmenten. Volgende week worden boektitels en auteurs bekend gemaakt, maar wie het nu al weet mag ze mailen naar dclama@hotmail.com. De prijs zal weer grandioos zijn.

Bevrijding
Het was 1937. Colijn was minister-president; Jef van der Vijver en Jan Pijnenburg zaten op de fiets, dr. Max Euwe achter het schaakbord; Bakhuis en Smit maakten goals voor het Nederlands elftal en Willy den Ouden was het snelste meisje in het water; de Andrew Sisters zongen ,Bei mir bist du schön' en de Engelsen dansten de Lambeth Walk (,Oi!'); Oostenrijk was nog net Oostenrijks en voor de Tsjechen scheen er nog geen vuiltje aan de lucht; in Vogelensang hielden de padvinders jamboree en een paar honderd kilometer naar het oosten stond Hitler avond na avond voor de radio te brallen. Ik werd geboren aan de vooravond van de tweede wereldoorlog.

Die nacht mistte het. Er woei een gure wind, de straten waren leeg en Mamuszka haastte zich naar het ziekenhuis, onder haar arm een bundeltje inderhaast bij elkaar geraapte kleren. Het was een grote, roetzwarte fabrieksstad aan de Duitse grens waar ik ter wereld kwam. Er waren twee Duitse zusters bij de bevalling aanwezig en ik zou Adolf heten (die zelfde dag gaf Hitler een feest ter gelegenheid van zijn verjaardag in de Zwarte Bunker van de Adelaar). Enkele weken later stond de min Jeanne Bussie met een hengselmand in haar hand voor de poort van het klooster van Saint-Merri en zei tegen de pater die opendeed, Terrier, een ongeveer vijftigjarige kaalhoofdige, licht naar azijn riekende monnik: 'Hier!' en zette de mand op de drempel.

'Wat is dat?' zei Terrier en boog zich over de mand en snuffelde eraan want hij vermoedde dat er eetbare waar inzat. 'De bastaard van de kindermoordenares uit de Rue aux Fers!' De pater graaide met zijn vinger in de hengselmand tot hij het gezicht van de slapende zuigeling had blootgelegd. 'Die ziet er goed uit. Blakend en weldoorvoed.' 'Omdat hij zich aan mij heeft zatgevreten. Omdat hij mij tot op het merg heeft leeggezogen. Maar dat is nu afgelopen. Jullie kunnen hem nu zelf verder voeren met geitemelk, met pap, met bietesap. Die bastaard vreet alles.'

Na vier jaar bezetting zagen mijn moeder en mijn tante de eerste Engelse soldaten. Ze hadden takken met bladeren onder hun helmen gestoken en ze lachten en deelden chocola uit. Maar op die eerste dag van de Slag om Arnhem was ook al meteen duidelijk dat niet alles even vlot verliep als het plan was geweest. Alle aandacht ging uit naar een paar gezellig knauwende geüniformeerde vlezige jongemannen die achter je zusters aan zaten. En omdat een uniformbroek kennelijk veel gemakkelijker naar beneden zakt dan een gewoon C&A'tje, zorgde je ervoor dat je even langs kwam bij het afscheid, als de meisjes de soldaten uitgeleide deden, om te zien hoe slordig bepaalde gedeelten van het lichaam in textiel zaten, zonder dat je nou direct kon spreken van ontbloting. Men danste en zong, at gemalen Amerikaanse biscuits, liet tot in het dorp de radio galmen, en de twee dienstmeisjes brachten in de keuken bleue Canadezen mee, onder wie een echte Mormoon. Iedere avond, nadat het diner was opgeruimd, mochten de meisjes uitgaan, en zij moesten pas 's morgens om zeven uur weder op haar post wezen, om met het klaarmaken van het ontbijt te beginnen, zodat beiden tijd in overvloed hadden om haar privé aangelegenheden rustig buiten de Villa te behandelen.

Waar en hoe zij de nacht doorbrachten, dat was haar zaak. Het waren de weken waarin Lizzie voor het eerst langer dan zes uur achtereen sliep en Simon kortstondig was verlost van de neiging tot opsporing en controle, simpelweg omdat er plotseling niets meer viel op te sporen en te controleren.