donderdag 28 november 2002

Het virus van een rapper
Radiocolumn door D.C. Lama bij Giel Beelen op 3FM van donderdag 28 november 2002

Ondanks dat veel mensen mijn buurt liever mijden, woon ik niet om een getto en dat heb dan ook nooit beweerd. Zo heb ik ook nooit gezegd dat iemand's moeder een bitch is of dat alle rappers zuigen, behalve ik. Dat komt namelijk zo: Ik ben helemaal geen rapper.

Toen ik twaalf was heb ik tijdens een schoolavond wel eens een keer ‘Ladidadi' van Doug E. Fresh gerapt, maar ik ben de eerste om toe te geven dat dit sucked like hell. Vergeleken met wat ik daar deed, is zelfs Def Rhymz een echte rapper.

Mijn enige troost was dat halverwege de jaren ‘80 de meeste schoolgenoten nog niet wisten wat hiphop was en dus niet zagen dat ik daar net zo representin' bezig was als Pipo de Clown voor het Boedisme. Verdere details over deze avond zal ik uit pure gène achterwege laten, alhoewel ik best wil toegeven dat ik een spiegeltje uit mijn joggingbroek haalde tijdens Mirror, mirror on the wall, who is the thoughest of them all?'.

Ik bedoel maar te zeggen: ik weet echt wel dat ik geen rapper ben.

Toch ontving ik laatst een mailtje van iemand die zich aanduidde met de letters M.N. en mij schreef dat hij een hekel had aan rappers die zich meer voelen dan anderen, omdat ze regelmatig op de radio komen. Dat leek mij inderdaad ook geen reden om je superioriteit aan te tonen en ik was dan ook benieuwd naar het attachement. Ik verwachtte daar een grappig plaatje aan te treffen waarin zijn stelling op doeltreffende en humoristische wijze kracht werd bijgezet, zoals ik wel vaker mailtjes ontvang van mensen die soms bijna net zo grappig als ik.

Zijn mailtje was in ieder geval in zo'n ontzettend kinderlijke rapvorm geschreven, dat ik ook daar wel om moest lachen: ‘mijn teksten zijn op zich een medicijn, het krijgt zelfs gasten van 2 meter klein een feestfestijn barst los bij het openen van hun kledinglijn wat zou de reden zijn?' zo brabbelde het mannetje, met daaronder ‘Check the attachement.'

Het attachement bleek een virus te bevatten: een worm. Mijn virusscanner ontdekte dat ook dit keer weer ruim voordat de anonieme internetheld kon toeslaan. Ik stuurde hem daarom een mailtje terug om te zeggen dat er iets mis was gegaan tijdens het versturen van zijn grap. Het opgegeven mailadres bleek echter niet te bestaan. Blijkbaar had deze M.N. mij welbewust uitgekozen om aan te vallen.

Er is een hoop stil verdriet in hiphopland. Goede rappers worden te weinig gedraaid op de radio en klagen daarom terecht dat zij geen kans krijgen. Er zijn echter ook eikeltjes die al gefrustreerd zijn voordat ze überhaupt door hebben wat hiphop is en daarom zelfs niet-rappers battlen.

Dus ik heb een sterk vermoeden dat die gast die al kogelbrieven stuurt gewoon diezelfde gefrustreerde sukkel is. Weet hij veel het verschil tussen een rapper, een schrijver, een columnist en een politicus? Dus die hoorde Paul Rosenmöller op de radio, stopte wat kogels in een envelop en schreef op een briefje ‘Jij met je hersengarnalenmassa... jij moet oppassa.... als jij zo blijft rappen... zal ik jou eens lekker deppen!'

De laatste tijd zijn er weinig kogelbrieven verstuurd en dat bevestigt mij in deze verdenking. Die M.N. is op dit moment natuurlijk druk bezig met zijn Sinterklaasgedichtjes. Echt goeie rhymz schrijven wil hem namelijk maar niet lukken.